Samenhang bewaken in het MBO, HBO en WO: wie overziet het geheel?
Een sterk curriculum voelt als één geheel: studenten weten waar ze naartoe werken, docenten weten waartoe ze opleiden en in elk onderdeel […]
Afstudeerbegeleiding: wie doet eigenlijk het denkwerk?
Voorbereiding: Laat studenten vooraf niet complete scripties of grote hoofdstukken van drie medestudenten lezen. Dat maakt de voorbereiding al snel onrealistisch. Kies liever een afgebakend product of fragment dat past bij de fase waarin de studenten zitten. Denk aan een probleemstelling en onderzoeksvraag, twee pagina's uit de methode, een analyse figuur met toelichting of een korte passage uit de conclusie. Voor iedere medestudent schrijven ze drie dingen op: 1. Gelet op de succescriteria: let nog op... 2. Kijkend naar jouw stuk: dit kan ik van jou leren... 3. Mijn tip of vraag voor het vervolg is... Daarnaast biedt iedere student een concrete hulpvraag aan waarover diegene tijdens de bijeenkomst wil sparren. Een kwalitatieve hulpvraag is niet: Ik weet niet waar ik moet beginnen. Er is meer concreetheid nodig, bijvoorbeeld: 'Ik wil klanten interviewen, maar het gaat om een kwetsbare en moeilijk bereikbare doelgroep. Hoe kan ik toch tot waardevolle data komen? De studenten sturen hun feedback en hulpvragen vooraf naar elkaar en naar de docent. Als docent neem je de feedback door en kijk je of er generieke aandachtspunten zijn die voor alle studenten relevant zijn. Ook krijg je zo zicht op mogelijke misvattingen die tijdens de bijeenkomst aandacht nodig hebben. Tijdens de bijeenkomst Onderstaande opzet gaat uit van ongeveer 90 minuten met vier studenten. Niet iedere hulpvraag hoeft daarbij uitgebreid aan bod te komen. Je kunt gezamenlijk bepalen welke één of twee vragen het meest leerzaam zijn voor de hele groep. 1. Opening en check-in 10 minuten Hoe gaat het met jou in het afstudeerproces? Waar sta je op dit moment en waar loop je tegenaan? 2. Feedback verhelderen 15 minuten De studenten hebben elkaars feedback vooraf gelezen. Misschien begrijpen ze bepaalde opmerkingen niet of willen ze iets nader toelichten. Ook de docent kan hier feedback geven op de feedback ;). Dit is een goed moment om studenten te leren wat goede feedback eigenlijk is. Is de feedback gekoppeld aan de criteria? Is deze concreet? Zet deze de ontvanger aan het denken? 3. Hulpvragen inbrengen en prioriteren 5 minuten Welke hulpvragen liggen er op tafel? Welke vragen herkennen meerdere studenten? En van welke vraag kunnen we als groep waarschijnlijk het meeste leren? Kies één of twee vragen om uitgebreider te behandelen. 4. Hulpvraag uitdiepen en verhelderen 10 minuten De inbrenger legt de hulpvraag verder uit. De medestudenten stellen verhelderende vragen en geven nog geen adviezen of oplossingen. Dit moet je als docent soms stevig bewaken: eerst proberen te begrijpen, daarna pas oplossen. 5. Peerconsultatie 10 minuten De inbrenger luistert en de andere studenten bespreken onderling het vraagstuk: Wat valt ons op? Waar zit volgens ons het probleem? Welke criteria zijn hier relevant? Wat zouden mogelijke vervolgstappen zijn? De begeleider mengt zich aanvankelijk niet in het gesprek. 6. Oogst 5 minuten De inbrenger reageert: "Dit neem ik mee… Pas daarna vult de begeleider aan wat nog ontbreekt, stelt een verdiepende vraag of corrigeert eventuele misvattingen. Benoem daarbij vooral welke inzichten ook voor de andere studenten relevant zijn. Herhaal deze stappen voor een volgende hulpvraag. 7. Afronding 10 minuten Iedere student beantwoordt voor zichzelf twee vragen: Wat heb ik uit de feedback en casussen van anderen geleerd voor mijn eigen onderzoek? Wat ga ik vóór onze volgende bijeenkomst anders doen? Laat studenten hun antwoorden kort met elkaar delen. De transfer naar het eigen werk wordt een expliciet onderdeel van de bijeenkomst.
Samenhang in het curriculum
Hoe zorg je ervoor dat leerlingen niet alleen losse kennis en vaardigheden opdoen, maar ook de verbinding ertussen zien? Juist in het […]
Hoe zet je het criteriumgericht interview betekenisvol in?
Toetsing in het hoger onderwijs is aan het veranderen. Opleidingen zoeken naar manieren om te beoordelen of een student écht begrijpt wat […]
Verwachtingen verhelderen: hoe kun je goed starten?
De start van een nieuw schooljaar, een nieuwe periode of een nieuw onderwerp is vaak het moment waarop leerlingen veel informatie krijgen. […]
Van voornemen naar routine: de goede start vasthouden
De start van een schooljaar geeft je energie om dingen anders aan te pakken. Die energie is echt, maar ook tijdelijk. In dit artikel lees je waarom het startmoment psychologisch zo krachtig is, waarom je goede voornemens in november vaak verdwenen zijn, en hoe je de eerste weken gebruikt om didactische keuzes om te zetten in routines die het hele jaar meegaan.
Tussen ontwerp en leren: waar curriculumkwaliteit ontstaat
Na een intensieve fase van onderwijsontwikkeling is het zover: er staat een gloednieuw curriculum. Er is nagedacht over leerdoelen, toetsing en leeractiviteiten. […]
Kerndoelkaarten: praktisch aan de slag met de nieuwe kerndoelen (vo)
De nieuwe kerndoelen zijn concreter, actueler en uitgebreider dan de kerndoelen uit 2006. Met kerndoelkaarten maak je de stap van lezen naar samen ontwerpen.
De minor: waarom vrije keuzeruimte het hoger onderwijs versterkt
Minoren in het hoger onderwijs worden vaak gezien als ruimte voor keuzevrijheid, profilering en flexibilisering. Studenten krijgen de mogelijkheid om tijdelijk buiten […]
De opleiding Curriculumexpert: onze geleerde lessen
Steeds meer scholen en opleidingen werken aan hun curriculum. Soms omdat er nieuwe kaders liggen, soms omdat de opleiding flexibeler moet worden, […]
Als we praten over onderwijsontwerp, waar praten we dan over? Curriculum als gelaagd ontwerp
Vraag een groep docenten wat zij verstaan onder ‘het curriculum’ en je krijgt evenveel antwoorden als mensen in de kamer. Is het […]
Functiescheiding of functievermenging? Een reflectie op het advies van de onderwijsraad
Afgelopen week kwam het advies van de Onderwijsraad om te waken voor ‘functievermenging bij toetsen’; om toetsen niet tegelijkertijd te laten dienen […]

