Verwachtingen verhelderen: hoe kun je goed starten?

De start van een nieuw schooljaar, een nieuwe periode of een nieuw onderwerp is vaak het moment waarop leerlingen veel informatie krijgen. Wat gaan we doen? Welke opdrachten maken we? Wanneer is de toets? Daarmee weten leerlingen misschien wat er de komende weken op het programma staat, maar nog niet automatisch waar ze in hun leren naartoe werken en wat er van hen wordt verwacht. Goed starten vraagt daarom om meer dan het organiseren en uitleggen van het programma, het vraagt om heldere verwachtingen.

Waarom is het belangrijk om verwachtingen te verhelderen?

Stel, leerlingen werken toe naar het schrijven van een overtuigend betoog. Tijdens de lessen bespreekt de docent hoe een betoog is opgebouwd, wat een argument sterk maakt en hoe je argumenten kunt onderbouwen. Leerlingen oefenen hiermee en krijgen uiteindelijk de opdracht om zelf een betoog te schrijven. Toch blijkt bij het lezen van de teksten dat veel leerlingen moeite hebben om hun argumentatie daadwerkelijk overtuigend te maken. De uitleg is gegeven en er is geoefend. Maar hebben leerlingen daarmee ook voldoende beeld gekregen van wat een overtuigend betoog is? Kunnen zij herkennen waarom de argumentatie in het ene betoog sterker is dan in het andere? En kunnen zij die kennis gebruiken om tijdens het schrijven naar hun eigen werk te kijken? Dat is precies waarom het verhelderen van verwachtingen zo belangrijk is. Verwachtingen verhelderen betekent daarom meer dan een leerdoel op het bord zetten of beoordelingscriteria uitdelen. Het gaat erom dat leerlingen daadwerkelijk begrijpen wat er van hen wordt verwacht en gaandeweg steeds beter leren herkennen hoe kwaliteit eruitziet.

Verwachtingen beginnen bij de docent

Om verwachtingen voor leerlingen te kunnen verhelderen, moet je als docent eerst zelf scherp hebben wat je van hen verwacht. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het gaat om meer dan alleen het formuleren van een leerdoel. Een leerdoel geeft richting, maar maakt nog niet altijd duidelijk wat een leerling precies moet laten zien en welke kwaliteit daarbij wordt verwacht.
Het kan daarbij helpen om vanuit het eindpunt terug te redeneren. Wat moeten leerlingen aan het einde kennen en kunnen, hoe gaan zij dit laten zien, welke kwaliteit verwacht je daarbij en welke succes- of beoordelingscriteria horen daarbij?

Leerproces

Vervolgens komt ook de vraag wat je van leerlingen verwacht wanneer zij aan dit leerproces beginnen. Welke kennis en/of vaardigheden moeten zij al beheersen om succesvol te kunnen starten? Wanneer een leerling een betoog moet schrijven, verwacht je misschien dat de opbouw van een alinea, het formuleren van een standpunt of het onderscheid tussen argument en voorbeeld al bekend is. Wanneer dat niet zo is, heeft dat gevolgen voor wat je tijdens het leerproces moet aanbieden.
Het gaat daarbij niet alleen om verwachtingen aan de voorkant van het leerproces, maar ook tijdens en aan het einde van het leerproces. Denk bijvoorbeeld aan zelfstandig feedback verwerken, antwoorden onderbouwen of hulp vragen wanneer dat nodig is. Verwachtingen verhelderen begint daarom bij het zelf scherp krijgen van wat je verwacht aan het begin, tijdens én aan het einde van het leerproces.

Wat betekent ‘goed’ eigenlijk?

Wanneer helder is wat je verwacht, is de volgende stap om ervoor te zorgen dat leerlingen die verwachtingen ook begrijpen. Daarvoor gebruiken we bijvoorbeeld leerdoelen, succescriteria, rubrics en voorbeeldproducten. Die geven leerlingen informatie over waar zij naartoe werken. Het betekent alleen niet dat als de docent iets expliciet gemaakt heeft, het voor leerlingen ook duidelijk is. Neem een criterium als ‘de argumentatie is overtuigend’ of ‘de leerling legt relevante verbanden’. Als docent heb je door ervaring een referentiekader ontwikkeld waarmee je vrij snel herkent wat goed werk is. Voor leerlingen is dat veel minder vanzelfsprekend. Het is belangrijk dat leerlingen een beeld hebben van de kwaliteit waarnaar zij streven om hun eigen werk te verbeteren (Sadler, 1989).

Evaluative judgement: het vermogen om de kwaliteit van het eigen werk en dat van anderen te beoordelen

Alleen de criteria delen is daarvoor niet genoeg. Leerlingen moeten leren herkennen wat kwaliteit binnen een vak of opdracht betekent. Dit wordt ook wel evaluative judgement genoemd: het vermogen om de kwaliteit van het eigen werk en dat van anderen te beoordelen (Tai et al., 2018). Of eenvoudiger gezegd: kwaliteitsbesef. Het hebben van kwaliteitsbesef helpt leerlingen om steeds beter zelfstandig te kunnen bepalen waar ze staan en wat een volgende stap kan zijn. Daarvoor moeten leerlingen niet alleen weten dat iets goed moet zijn, maar ook steeds beter leren herkennen wat iets goed maakt.

Verwachtingen vertellen of laten ervaren?

Daarmee ontstaat een belangrijke didactische vraag: vertel je leerlingen wat goed is of laat je ze dat zelf ontdekken? Expliciete informatie over doelen en criteria helpt, maar krijgt meer betekenis wanneer leerlingen er actief mee aan de slag gaan. Een krachtige manier om dat te doen, is door voorbeelden te vergelijken. Het beoordelen van andermans werk kan leerlingen helpen om criteria en kwaliteit beter te begrijpen en deze inzichten vervolgens toe te passen op hun eigen werk (Nicol et al., 2014). Stel dat leerlingen een betoog moeten schrijven. In plaats van alleen uit te leggen waaraan een goede inleiding voldoet, kun je twee inleidingen aan de leerlingen voorleggen en vragen welke zij sterker vinden en waarom. Door verschillen te onderzoeken en hun oordeel te onderbouwen, ontdekken leerlingen zelf kenmerken van kwaliteit.

Vergelijken

Die inzichten kun je vervolgens verbinden aan de succes- of beoordelingscriteria. Daarbij hoeft de vergelijking niet altijd te gaan tussen een goed en een minder goed voorbeeld. Twee sterke voorbeelden kunnen ook juist interessant zijn, omdat leerlingen nauwkeuriger moeten kijken naar wat het ene voorbeeld net wat sterker maakt dan het andere. Zo leren leerlingen niet alleen wat er van hen wordt verwacht, maar ook steeds beter hoe kwaliteit eruitziet.
Succescriteria en beoordelingscriteria blijven daarbij dus heel waardevol, maar vooral wanneer leerlingen er actief mee aan de slag gaan. Ze zijn dan niet alleen bedoeld om achteraf een prestatie te beoordelen, maar bieden ook taal om vooraf en tijdens het leren te bespreken wat er wordt verwacht. Zeker bij complexere vaardigheden is dat belangrijk, omdat kwaliteit zich niet altijd volledig laat vangen in losse criteria. Een betoog kan bijvoorbeeld alle gevraagde onderdelen bevatten en toch niet overtuigend zijn. De vraag is dus niet alleen welke criteria je met leerlingen deelt, maar vooral wat je leerlingen ermee laat doen.

Verwachtingen verhelderen begint vóór je eerste les

Om verwachtingen goed te verhelderen, is het belangrijk om al tijdens het  ontwerpen van een periode, lessenreeks, opdracht of toets een aantal vragen te stellen. Niet als een checklist die je als docent moet afvinken, maar juist als reflectie op de vraag of voor jou en voor de leerlingen voldoende duidelijk is waar het leerproces naartoe gaat.

Reflectievragen bij het verhelderen van verwachtingen:

  1. Heb ik helder wat leerlingen uiteindelijk moeten kennen en kunnen?
    Niet alleen welke onderwerpen worden behandeld, maar wat leerlingen daarmee uiteindelijk moeten kennen en kunnen.
  2. Heb ik bepaald hoe leerlingen dit uiteindelijk laten zien?
    Is duidelijk welke toetsvorm daarbij past en wat deze van leerlingen vraagt?
  3. Weet ik welke kwaliteit ik verwacht?
    Kan ik benoemen waaraan een goede prestatie te herkennen is en heb ik passende succes- of beoordelingscriteria?
  4. Heb ik scherp wat ik bij de start al van leerlingen veronderstel?
    Welke kennis en vaardigheden moeten zij al beheersen om goed te kunnen beginnen? En wat betekent het voor mijn onderwijs als die basis nog niet aanwezig is?
  5. Kunnen leerlingen de verwachtingen ook daadwerkelijk begrijpen?
    Hebben zij alleen doelen en criteria gekregen, of krijgen zij ook de mogelijkheid om voorbeelden te bekijken, kwaliteit te vergelijken en hierover met elkaar en met mij als docent in gesprek te gaan?
  6. Komen de verwachtingen gedurende het leerproces terug?
    Worden doelen en criteria alleen tijdens de eerste les besproken, of gebruiken leerlingen ze ook tijdens het oefenen, bij feedback en wanneer zij hun eigen werk beoordelen?
Afbeelding 1: Reflectiekaarten; verwachtingen verhelderen.
Download reflectiekaarten

Aan de slag?

Wil je leerlingen actief laten nadenken over verwachtingen en kwaliteit? Dan zijn er verschillende werkvormen die je hiervoor kunt inzetten. Denk bijvoorbeeld aan het vergelijken van voorbeelden, het samen formuleren van succescriteria of het beoordelen en verbeteren van (voorbeeld)werk. Op de app Pocket Didactiek en de website leer.tips vind je concrete werkvormen die je hiervoor direct in de les kunt gebruiken.

Literatuur

Nicol, D., Thomson, A., & Breslin, C. (2014). Rethinking feedback practices in higher education: A peer review perspective. Assessment & Evaluation in Higher Education, 39(1), 102–122. https://doi.org/10.1080/02602938.2013.795518

Sadler, D. R. (1989). Formative assessment and the design of instructional systems. Instructional Science, 18(2), 119–144. https://doi.org/10.1007/BF00117714

Tai, J., Ajjawi, R., Boud, D., Dawson, P., & Panadero, E. (2018). Developing evaluative judgement: Enabling students to make decisions about the quality of work. Higher Education, 76(3), 467–481. https://doi.org/10.1007/s10734-017-0220-3

image_pdfDownload artikel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *