Burgerschapsonderwijs: waar blijft het curriculumontwerp?

Burgerschap krijgt een prominentere plek in het mbo onderwijs en om goede redenen. In een samenleving met snelle veranderingen, polarisatie en een toenemende rol van desinformatie wordt het belangrijker dat jongeren weten hoe de democratische rechtsstaat werkt, kritisch kunnen denken, en zelfstandig keuzes kunnen maken over hun toekomst en hun financiën. Aan ons als docent de taak om dit vak betekenisvol in te richten. En dat is makkelijker gezegd dan gedaan. In de praktijk zien we vaak dat er wordt gekozen voor het inzetten van methodes. En ondanks dat daar in essentie niks mis mee is, pleiten we er juist bij burgerschapsonderwijs voor dat docenten de pet van de ontwerper wat vaker opzetten. In dit artikel verkennen we welke stappen docenten kunnen nemen om burgerschap een krachtig onderdeel te laten zijn van het curriculum. 

Waarom burgerschap zo weerbarstig is

Dat de methode het overneemt, is geen kwestie van onwil. Burgerschap is om twee redenen lastiger te ontwerpen dan veel andere vakken. De doelen zijn minder concreet, en het vak vraagt van docenten om te laveren tussen waarden bijbrengen en ruimte laten.

Vage doelen: Wat moet een student eigenlijk leren?

De Inspectie van het Onderwijs gaf een scherp signaal: ze kon door het gebrek aan heldere doelen nauwelijks iets zeggen over de kwaliteit van het onderwijs, laat staan over wat studenten leren (Inspectie van het Onderwijs, 2021). Studenten merken dat ook. Voor veel van hen is onduidelijk wat ze bij burgerschap moeten leren, en minder dan de helft vindt het vak nuttig (JOB, 2022).

Waar doelen vaag zijn, vult de methode het gat. Een thema en een opdracht 1 t/m 15 geven structuur, maar geen richting. Zo kan een les over een maatschappelijk onderwerp al voor burgerschapsonderwijs doorgaan. Kennis over klimaatverandering wordt echter pas burgerschap wanneer je er als groep iets mee moet: een discussie voeren, belangen afwegen, tot een besluit komen (CINOP, 2025). Een mooie term is hier voor in het leven geroepen: verburgerschappen. Een losse vaardigheid is nooit het einddoel. Leren hoe je belastingaangifte doet, is nuttig. Het wordt pas burgerschap als studenten onderzoeken waarom we belasting betalen, wat dat zegt over solidariteit en hoe zij invloed hebben op dat stelsel.

Het normatieve dilemma: waarden stimuleren zonder voor te schrijven

De tweede oorzaak zit dieper. Burgerschapsonderwijs moet gehechtheid aan democratische waarden stimuleren, maar mag studenten niet voorschrijven wat ze moeten vinden. Tegelijk moeten scholen democratische waarden wél voorleven en bevorderen (Expertgroep, 2023). Die spanning los je niet op met een betere methode. Ze hoort bij het vak.

Docenten staan hier vaak alleen voor. Vrijwel geen docent heeft training gehad in het bespreken van controversiële onderwerpen in de klas (Eidhof & Kruiter, 2016). Dan is het begrijpelijk dat je terugvalt op de methode, want die neemt de lastige keuzes uit handen. Maar daarmee verdwijnt precies wat het vak betekenisvol maakt: oefenen met meningsverschil.

Wat betekent dit voor het ontwerpen van betekenisvol onderwijs?

Beide oorzaken wijzen dezelfde kant op. Vage doelen vragen om een team dat zelf scherp maakt wat studenten écht moeten kunnen. Het normatieve dilemma vraagt om een team dat expliciet bespreekt hoe om te gaan met deze spanning. Dat kun je niet uitbesteden aan een methode. Dat moet je ontwerpen en doorleven.

Het burgerschapscurriculum

We zien deze urgentie wellicht wel als docenten, maar het vormgeven is een tweede. McTighe en Wiggins (2012) beschrijven twee valkuilen: activiteiten organiseren zonder heldere leerbedoeling en lesstof afwerken zonder voldoende aandacht voor begrip. Hun backward design biedt houvast: bepaal eerst de gewenste leerresultaten, waarop volgend de toetsing en leeractiviteiten. Hieronder werken we die eerste stap uit, met de visie als vertrekpunt. Dit doen we aan de hand van een voorbeeld opleiding elektrotechniek. 

Afbeelding 1: Wiggins & McTighe, 2005

Stap één: de visie op het vak

We worden, door de nieuwe kwalificatie-eisen, gedwongen om naar de essentie te kijken van het vak, maar er is nog aardig wat speelruimte in waar we de nadruk op kunnen en willen leggen en ook in hoe we het vak willen aanbieden. Begin daarom bij de onderwijsvisie van de instelling en bespreek wat deze betekent voor burgerschap. Welke vraagstukken spelen in het leven, het toekomstige beroep en de samenleving van jullie studenten? Hoe linken die vraagstukken aan de vier thema’s van de nieuwe kwalificatie-eisen? En wat betekent dit voor jullie rol als docent en de wijze waarop burgerschap aan bod komt in het onderwijs?

Voorbeeld

Neem het team Elektrotechniek. Deze studenten zijn straks de monteurs die laadpalen plaatsen, zonnepanelen aansluiten en windturbines op het net krijgen. In het visiegesprek bespreken docenten: ‘Omdat onze studenten straks zelf meebouwen aan de energietransitie, onderzoeken we maatschappelijke vraagstukken die hun vak raken, vanuit verschillende perspectieven.‘ 

Maar de verbinding met burgerschap gaat verder dan de energietransitie alleen. Denk aan een monteur die bij mensen thuis komt met verschillende culturele achtergronden, overtuigingen en opvattingen. Hoe ga je om met deze verschillen en hoe zorg je ervoor dat iedereen gelijkwaardig wordt behandeld? Of denk aan een collega die wordt buitengesloten op de werkvloer, of een leerling-monteur die zich niet durft uit te spreken over een onveilige situatie. Hoe handel je dan verantwoordelijk en draag je bij aan een inclusieve en veilige werkomgeving? Ook vraagstukken rondom macht en besluitvorming worden ineens concreet. Wie bepaalt bijvoorbeeld waar een windpark komt en hoeveel invloed hebben omwonenden hierop? Zo verbind je de kwalificatie-eisen aan herkenbare situaties uit de toekomstige beroepspraktijk en krijgen thema’s als diversiteit, gelijkwaardigheid, maatschappelijke verantwoordelijkheid en democratische besluitvorming betekenis voor studenten. 

Studenten herkennen hun eigen toekomstige werk in de vraagstukken, maar moeten verder kijken dan de techniek alleen. Dat is verburgerschappen in de praktijk. 

Daarnaast kun je niet alles koppelen aan de beroepspraktijk en zul je ook keuzes moeten maken gericht op hun algemene ontwikkeling. Om dit scherp te krijgen moet je ook in gesprek met elkaar. 

Heeft jullie team een onderwijsvisie, en is die ook uitgewerkt voor burgerschap? Zo niet, start dat gesprek dan eerst. Vertaal jullie antwoorden naar enkele concrete ontwerpprincipes. Zo’n principe geeft richting aan doelen, toetsing en didactiek. Werk jullie visie daarom kort en herkenbaar uit en gebruik haar bij ontwerpkeuzes. 

Stap twee: heldere doelen ordenen

Het curriculum is het krachtigst als we uitgaan van zowel horizontale als verticale samenhang. We spreken van verticale samenhang als leerdoelen in opeenvolgende volgordelijkheid worden aangeboden door de leerjaren van een opleiding heen. De twintig kwalificatie-eisen zijn verdeeld over vier thema’s: Verschil en gelijkwaardigheid, Individu en groep, Maatschappijvisies en maatschappelijke vraagstukken, en Macht en besluitvorming (Expertgroep, 2023). Deze thema’s bieden een houvast om jullie verticale samenhang te creëren. 

Begin bij het formuleren van beoogde leerresultaten per thema. De kwalificatie-eisen zijn daarvoor je input. Doe dat eerst vanuit het perspectief van een afgestudeerde student: wat moet onze student rondom dit thema kennen en kunnen op het moment dat hij het werkveld in stapt? Burgerschap heeft weliswaar een aardig kenniscomponent, maar het gaat uiteindelijk om het ontwikkelen van bepaalde vaardigheden die je tot uiting wilt zien komen. Burgerschap is geen binair vak, er is geen goed of slecht, er moet openheid zijn voor de studenten om zelf tot inzichten te kunnen komen. Hierom is het aan te raden om te werken met meer integrale leerresultaten op eindniveau.

Terug naar het voorbeeld

Laten we hiervoor teruggrijpen op het voorbeeld van de opleiding Elektrotechniek. De energietransitie kent een omvangrijke kennisbasis, maar onze studenten hoeven geen wetenschappers te worden die alle achterliggende processen tot in detail begrijpen. Ze komen straks wel in situaties terecht waarin ze klanten adviseren over duurzame oplossingen, verschillende belangen tegen elkaar moeten afwegen of hun eigen standpunt op een respectvolle en onderbouwde manier kenbaar maken.

Daarvoor hebben ze uiteraard kennis nodig, maar de vraag wordt nu veel gerichter: welke kennis hebben studenten nodig om in deze situaties verantwoord te kunnen handelen? Vanuit die vraag kun je bepalen welke kennis essentieel is en welke vaardigheden je wilt ontwikkelen. Zo wordt kennis geen doel op zich, maar een noodzakelijke basis om maatschappelijke vraagstukken te begrijpen, kritisch na te denken en bewuste keuzes te maken.

Pel vervolgens de beoogde leerresultaten per thema af naar eerdere onderwijsperiodes. Wat vraagt de meer integrale leeruitkomst van zijn kennis, vaardigheden en houding? Op deze manier bouw je aan een concentrische leerlijn, waarbij studenten stapsgewijs wat meer uitgedaagd worden binnen een thema. 

Heb je de beoogde leerresultaten geformuleerd? Dan is het zaak dat je de doelen wegzet in de verschillende onderwijsperiodes. Breng samenhangende doelen, voortkomend uit de verschillende leerlijnen, in onderwijsperiodes samen en werk thematisch of projectmatig binnen dit cluster. Een periode van vier tot zes weken draait bij de opleiding Elektrotechniek om de besluitvorming over een windpark. Studenten werken gedurende dit project aan beoogde leerresultaten vanuit verschillende thema’s en kwalificatie-eisen. Binnen dit cluster draait het om het onderzoeken van besluitvormingsprocessen en het formuleren een advies. 

Het grove ontwerp is af

Je leest het: het werken aan een stevige lijn in burgerschapsonderwijs is niet gemakkelijk. Het opstellen van heldere doelen en het logisch ordenen kost tijd en vooral ook curriculumexpertise: je hebt een overstijgende blik nodig op het gehele curriculum van je opleiding. 

Zodra je die ordening hebt, adviseren we je: begin klein. Werk als team één periode uit, zoals bijvoorbeeld de windparkcasus, en onderzoek wat studenten daadwerkelijk leren. Kloppen de doelen, is de toetsing passend, leveren de opdrachten bruikbaar bewijs op en tot slot, helpen de lessen studenten écht vooruit? Gebruik die inzichten om het ontwerp bij te stellen en de volgende periodes uit te werken. Veel succes!

image_pdfDownload artikel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Burgerschapsonderwijs: waar blijft het curriculumontwerp?
0:00
Burgerschapsonderwijs: waar blijft het curriculumontwerp?
Vernieuwenderwijs.nl
0:00 0:00
Deel dit artikel
Link gekopieerd! ✓