Als we praten over onderwijsontwerp, waar praten we dan over? Curriculum als gelaagd ontwerp

Vraag een groep docenten wat zij verstaan onder ‘het curriculum’ en je krijgt evenveel antwoorden als mensen in de kamer. Is het de methode? De leerdoelen op papier? De lessen die worden gegeven? Deze verschillende opvattingen maken samenwerking aan het curriculum soms lastig, omdat docenten vaak over verschillende dingen praten zonder dat ze het weten. Het gevolg is een curriculum dat al snel een optelsom wordt van losse onderwerpen, hoofdstukken en lessen, zonder dat duidelijk is welk groter doel daarmee wordt gediend.
In dit artikel vertalen we bestaande curriculumtheorie naar vier hanteerbare ontwerpniveaus. Deze niveaus helpen docenten om een gedeeld begrip te ontwikkelen van wat het curriculum is, én om onderwijs te ontwerpen tot een samenhangend geheel.

Wat is het curriculum?

Het curriculum is het plan voor leren, bestaande uit doelen, toetsing en leeractiviteiten (Peeters et al., 2025) en gaat over meer dan de lessen die leerlingen volgen of de methode die wordt gebruikt. Het curriculum beschrijft wat leerlingen leren, waarom ze dat leren, hoe hun ontwikkeling wordt opgebouwd en hoe zichtbaar wordt gemaakt wat zij hebben geleerd (Van den Akker, 2003). Het verbindt de ambities van een school en een vakgebied met de dagelijkse onderwijspraktijk in de klas. De interpretaties en keuzes die scholen en docenten maken en de leerervaringen die leerlingen in de praktijk opdoen bepalen uiteindelijk de waarde van het curriculum (Goodlad, 1979). Een goed curriculum is een samenhangend en betekenisvol geheel waarin kennis, vaardigheden, inzichten en ervaringen doelgericht worden opgebouwd.

Dit vraagt van docenten dat zij niet alleen nadenken over afzonderlijke lessen, maar ook over de grotere ontwikkeling die leerlingen gedurende meerdere leerjaren doormaken. Om deze samenhang zichtbaar en bespreekbaar te maken, spreken we over het curriculum als gelaagd ontwerp.

Gelaagdheid in het curriculum

Het idee dat een curriculum uit verschillende niveaus of lagen bestaat, is niet nieuw. Goodlad (1979) maakte al onderscheid tussen het formele curriculum, het plan op papier, en het operationele curriculum zoals dat daadwerkelijk in de klas wordt uitgevoerd. Van den Akker (2003) werkte dit verder uit door curriculumontwikkeling te beschrijven als een proces dat zich afspeelt op verschillende schaalniveaus: macro, meso en micro. Waar Goodlad en Van den Akker vooral beschrijven hoe het curriculum zich in de praktijk manifesteert, richt Tyler (1949) zich op de ontwerpprincipes zelf: een goed curriculum vraagt om continuïteit, sequentie en integratie. Leerstof keert terug, bouwt op zichzelf voort en verdiept zich over de jaren.

Wat al deze perspectieven gemeen hebben, is de overtuiging dat een les pas betekenis krijgt binnen een groter geheel. In het voortgezet onderwijs vertalen we dit geheel naar vier ontwerpniveaus: het onderwijsprogramma, het bouwprogramma, het jaarprogramma en de lessenserie.

Afbeelding 1: De vier ontwerpniveaus.

Hieronder bespreken we elk ontwerpniveau. Per ontwerpniveau delen we enkele ontwerpvragen en een voorbeeld. Aan het einde van dit artikel vind je twee handige downloads met alle ontwerpvragen per niveau op een poster en per niveau op kaartjes om in de praktijk te bespreken.

Het onderwijsprogramma

Het hoogste niveau is het onderwijsprogramma of vakprogramma. Dit niveau richt zich op de ontwikkeling van leerlingen gedurende alle leerjaren dat zij het vak of domein volgen en beschrijft de grote lijnen van het curriculum. Centraal staat de vraag welk diep begrip en duurzame inzichten je mee wil geven en welke leerstof en leerervaringen hier aan bijdragen. Hiervoor is het slim om enkele overkoepelende Grote Ideeën te formuleren voor het betreffende onderwijsprogramma. 

Afbeelding 2: Voorbeelden van overkoepelende Grote Ideeën.

Door samen de belangrijkste kennis, vaardigheden en ervaringen binnen een Groot Idee aan te wijzen en deze op een logische en doordachte wijze te ordenen ontstaat er een duidelijk en gedeeld beeld van het geheel. Zo voorkom je dat het curriculum versnipperd raakt en wordt de basis gelegd voor een doorlopende leerlijn.

Ontwerpvragen
  • Welk diep begrip en welke duurzame inzichten willen we dat leerlingen gedurende hun schoolloopbaan ontwikkelen? 
  • Welke kennis, vaardigheden en ervaringen dragen hier aan bij en vormen de basis van het vak?
  • Wat moeten leerlingen aan het eind van de schoolloopbaan echt kennen en kunnen?
  • Hoe ziet de ontwikkeling van leerlingen eruit van het eerste tot het laatste leerjaar?
  • Welke kennis en vaardigheden keren terug en worden verdiept?
Afbeelding 3: Voorbeeld leerbogen onderwijsprogramma.

In dit voorbeeld is zichtbaar gemaakt hoe het onderwijsprogramma voor Duits eruitziet van havo 1 tot en met havo 5. Eerst is gekeken naar wat leerlingen aan het einde van havo 5 moeten kennen, kunnen en begrijpen (de grote boog). Vakvisie en Grote Ideeën hebben hierbij geholpen. Daarna is nagedacht over hoe de belangrijkste kennis, vaardigheden en ervaringen kunnen worden geordend en opgebouwd over de vier leerjaren. Daarbij stonden vragen centraal als: welke onderdelen keren gedurende meerdere jaren terug? Waar vindt verdieping plaats? En hoe ontwikkelen leerlingen zich stap voor stap richting de beoogde eindresultaten? Pas in de laatste stap zijn de kerndoelen en eindtermen gekoppeld aan de verschillende leerjaren (zie afbeelding).

Het bouwprogramma

Binnen het onderwijsprogramma kan een verdeling worden gemaakt in de onderbouw en bovenbouw. De vraag verschuift hier van de overkoepelende curriculumdoelen naar de ontwikkeling van leerlingen in een bepaalde fase van hun schoolloopbaan. Wat is de beoogde leeropbrengst van het onderbouwprogramma en van het bovenbouwprogramma en wat betekent dat voor de inhoudelijke opbouw van beide programma’s? Daarbij is het verstandig dat de bedoeling van de onderbouw en de bovenbouw voor iedereen duidelijk is. Denk bijvoorbeeld aan de motivatie om te starten met een breed brugklasjaar of het bewust kiezen om dit niet te doen. Een duidelijke en gedeelde bedoeling draagt bij aan doelgerichte keuzes in het ontwerp.

Drempelconcepten

Een krachtig vertrekpunt voor de inhoud van het onderbouwprogramma is het formuleren van drempelconcepten (Meyer en Land, 2003). Dit houdt in dat je samen beschrijft welke kennis, vaardigheden, attitude en begrip een leerling minimaal nodig heeft om na de onderbouw succesvol te kunnen starten aan een vervolgroute op een bepaald niveau. 

Op basis van deze inhoud ga je samen een of meerdere leerlijnen uittekenen die de basis vormen voor de opbouw van het bouwprogramma: voor elk leerjaar wijs je aan wat een leerling minimaal moet kennen en kunnen om succesvol te kunnen starten aan het volgende leerjaar.

Door het curriculum op bouwniveau te ontwerpen en de gesprekken te voeren over de beoogde opbrengst van elk leerjaar wordt het zichtbaar dat bijvoorbeeld leerjaar 2 nooit los kan staan van leerjaar 3 en dus ook niet los van elkaar ontwikkeld kan worden.

Kerndoelen en eindtermen

De overheid legt in het landelijke curriculum vast wat leerlingen in po, vo en speciaal onderwijs op hoofdlijnen moeten kennen en kunnen. Daarmee wordt voorkomen dat het onderwijs volledig afhankelijk is van school, methode of docent. De kerndoelen geven richting aan de onderbouw en de eindtermen bouwen daarop voort, richting afsluiting en examinering. Zo ontstaat samenhang tussen onderbouw, bovenbouw en vervolgonderwijs.

Het doel van de landelijke doelen is om scholen, teams en vaksecties houvast te geven als zij werken aan het curriculum: wat nemen we op in ons programma, welke accenten leggen we, welke leeractiviteiten en toetsing passen daarbij? Het SLO noemt het landelijke curriculum een “kompas” en “fundament” voor onderwijs. (SLO, 2026)

De uitdaging voor het curriculum is om een ontwerp te maken wat de visie op onderwijs, de vakvisie (eventueel met Grote Ideeën) en de landelijke doelen verenigt.

Ontwerpvragen
  • Wat moeten leerlingen aan het einde van deze bouw beheersen om succesvol te kunnen starten aan de volgende fase?
  • Welke ontwikkeling willen we leerlingen laten doormaken gedurende deze bouw? 
  • Welke leerervaringen zijn onmisbaar binnen de leerjaren van deze bouw?
  • Hoe zorgen we voor samenhang tussen leerjaren binnen deze bouw?
  • Waar lopen leerlingen nu vast bij de overgang tussen onderbouw en bovenbouw?
Afbeelding 4: Voorbeeld leerbogen bouw.

In dit voorbeeld zie je de gehele onderbouw bij het vak Duits. Dit beslaat dus het eerste middelste boogje (kerndoelen) van het vorige voorbeeld (onderwijsprogramma). Zo wordt er zichtbaar in welke periode in welk leerjaar er gewerkt wordt aan welke kerndoelen en welke twee kerndoelen gedurende de gehele onderbouw terugkomen. Bij de kerndoelen is ook zichtbaar aan welke uitwerkingen er wordt gewerkt in plaats van alleen de doelzinnen. Daarnaast is in het ontwerp achteraan zichtbaar wanneer een leerling klaar is om te starten aan de bovenbouw (drempelconcepten). 

Cursus of jaarprogramma

Op dit niveau worden de doelen van de leerlijn nog concreter gemaakt. Hier wordt bepaald hoe de ontwikkeling van leerlingen in één jaar wordt vormgegeven en welke kennis, vaardigheden en begrip leerlingen, via een zorgvuldig geplande reeks aan lessenseries, moeten ontwikkelen in dit specifieke jaar.
De bedoeling van een jaarprogramma is om een accent te leggen in het ontwerp van een bouwprogramma. Denk bijvoorbeeld aan de keuze voor herhaling en verdieping in het examenjaar of een brede oriëntatie op het vak in leerjaar 1. 

Dit ontwerpniveau is bij uitstek het punt waar zichtbaar wordt dat docenten niet alleen hun eigen leerjaar ontwerpen, maar ook rekening moeten houden met waar leerlingen vandaan komen en naartoe gaan.
In sommige leerjaren is dit extra complex (zoals in een brede brugklas), omdat leerlingen daarna verschillende routes kunnen volgen. Juist daar is gezamenlijke afstemming cruciaal (zie voorbeeld).
Dit ontwerpniveau is dus echt een schakel in een grotere leerlijn.

Ontwerpvragen
  • Wat brengen leerlingen mee uit het vorige leerjaar? 
  • Wat moeten leerlingen aan het einde van het leerjaar kunnen om succesvol door te stromen?
  • Hoe bereiden we leerlingen voor op verschillende vervolgroutes (bijv. mavo/havo)?
  • Hoe verdelen we doelen en inhoud logisch over het leerjaar? 
  • Hoe verzamelen we gedurende het leerjaar bewijs van groei en ontwikkeling?
Afbeelding 5: Voorbeeld leerbogen leerjaar.

In dit voorbeeld zie je één leerjaar. Hier zie je dus de eerste grote boog terug uit het leerbogenontwerp van de gehele onderbouw. Je ziet aan welke kerndoelen er gewerkt wordt, maar er wordt ook zichtbaar wat er summatief getoetst wordt in de periode en op welke manier. Daarnaast zie je achteraan dit ontwerp de drempelconcepten staan voor leerlingen die naar vmbo leerjaar 3 gaan en leerlingen die naar havo leerjaar 3 gaan en wat het verschil daartussen is.

De lessenserie

Het meest concrete ontwerpniveau is de lessenserie, ook wel unit genoemd. Denk hierbij aan een hoofdstuk, een thema of een project. In een serie lessen werken leerlingen toe naar de beheersing van een of meerdere leerdoelen: het beoogde eindgedrag. Dit wordt in het ontwerp vertaald naar concrete leeractiviteiten, opdrachten en toetsmomenten.

Hoewel dit niveau het meest zichtbaar is in de praktijk, is het ook het niveau waarop het risico het grootst is dat docenten zich beperken tot losse lessen. De kwaliteit van de lessenserie hangt daarom direct samen met de mate waarin deze is verbonden met de hogere ontwerpniveaus. Een lessenserie is dus geen op zichzelf staande lessenreeks, maar een gerichte stap in een doorlopende ontwikkeling.

Ontwerpvragen
  • Wat moeten leerlingen aan het einde van deze lessenserie kennen en kunnen?
  • Welke voorkennis en vaardigheden veronderstelt deze lessenserie?
  • Welke leeractiviteiten ondersteunen leerlingen bij het bereiken van deze doelen?
  • Hoe bouwen we deze lessen voor op eerdere lessenseries en vooruit naar de volgende? 
  • Hoe maken we zichtbaar dat leerlingen klaar zijn voor de volgende stap? 
Afbeelding 6: Voorbeeld leerbogen lessenserie.

In dit voorbeeld zie je een lessenserie uitgewerkt. Dit beslaat het eerste boogje van het vorige ontwerp van een leerjaar. In dit voorbeeld zie je niet alleen aan welke kerndoelen gewerkt wordt, wat er summatief getoetst wordt en op welke manier, maar ook welke uitwerkingen waar terugkomen, waar de formatieve checks zitten en welke didactiek er wordt gebruikt. 

Tot slot

Ga je aan de slag met curriculumontwerp dan is het advies om te beginnen met het ‘hoogste’ ontwerpniveau, ook als een aanpassing in het curriculum gericht is op bijvoorbeeld een leerjaar of een specifieke lessenserie. Start altijd met de visie op het vak (eventueel met Grote Ideeën): is het nog steeds actueel en passend bij de doelgroep en staan we er nog steeds achter? Pak vervolgens de doorlopende leerlijn erbij zodat je als team of sectie een goed beeld hebt van het geheel waarin je gaat werken. Zo zorg je ervoor dat de aanpassingen die je doet passen in het geheel en voorkom je dat het onderwijsprogramma met elke curriculumontwikkeling meer versnipperd raakt. 

De ontwerpvragen in dit artikel vind je terug op de kaartjes per ontwerpniveau, om in de praktijk te gebruiken met je sectie. Daarnaast is er ook een compleet overzicht van de ontwerpvragen per ontwerpniveau. Deze kun je inzetten als praatplaat als je samen met je collega’s werkt aan je curriculum.

Download overzicht Download kaartjes

In een vervolg op dit artikel besteden we aandacht aan constructieve afstemming binnen de verschillende ontwerpniveaus. In dit artikel zullen we ook het schoolcurriculum meenemen.

Literatuur

Biggs, J., & Tang, C. (2011). Teaching for Quality Learning at University.
Goodlad, J. (1979). Curriculum Inquiry.
Meyer, J. H. F., & Land, R. (2003). Threshold concepts and troublesome knowledge: Linkages to ways of thinking and practising within the disciplines. ETL Project, Universities of Edinburgh, Coventry and Durham.
Priestley, M., Biesta, G., & Robinson, S. (2015). Teacher Agency.
Van den Akker, J. (2003). Curriculum Perspectives: An Introduction.

Tyler, R.W. (1949). Basic Principles of Curriculum and Instruction. University of Chicago Press.
Peeters, W., et al. (2025). Curriculumontwerp in een notendop. Onderwijs Maak Je Samen.
Wiggins, G., & McTighe, J. (2005). Understanding by Design.

image_pdfDownload artikel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Als we praten over onderwijsontwerp, waar praten we dan over? Curriculum als gelaagd ontwerp
0:00
Als we praten over onderwijsontwerp, waar praten we dan over? Curriculum als gelaagd ontwerp
Vernieuwenderwijs.nl
0:00 0:00
Deel dit artikel
Link gekopieerd! ✓