Wie een curriculum in het voortgezet onderwijs (vo) ontwikkelt, begint niet bij nul. Elk vak heeft wettelijke kaders die richting geven: kerndoelen en eindtermen. Zij vormen het fundament waarop je leerdoelen, toetsen en lessen ontwerpt. Aan de hand van voorbeelden van de Moderne Vreemde Talen (MVT) word je stap voor stap meegenomen in hoe je dit kunt aanpakken, waardoor het ontwikkelen van het gehele curriculum beter te overzien is.
Wat zijn kerndoelen en eindtermen?
Kerndoelen en eindtermen geven richting aan het onderwijs in het vo. Kerndoelen beschrijven globaal wat leerlingen aan het eind van de onderbouw moeten kennen en kunnen. De kerndoelen zijn op basis van leergebieden, maar er is geen verschil in niveau (vmbo, havo, vwo). Scholen hebben ruimte om hier zelf invulling aan te geven. Daarnaast mogen ze ook zelf invulling geven aan welke vakken voor welke leergebieden staan. Er wordt niet rechtstreeks op getoetst, maar docenten hebben wel de opdracht om er actief naartoe te werken.
Eindtermen gelden voor de bovenbouw en zijn gekoppeld aan zowel vakken als aan niveaus (vmbo, havo, vwo). Ze beschrijven wat leerlingen minimaal moeten beheersen voor het schoolexamen (SE) en centraal examen (CE). In tegenstelling tot kerndoelen moeten eindtermen getoetst worden. Daarnaast kun je als taaldocent gebruikmaken van andere kaders, zoals de referentieniveaus taal en het Europees Referentiekader (ERK, A1–C2). Deze sluiten aan bij de kerndoelen en eindtermen en helpen om leerdoelen concreet te maken.
Op dit moment worden de kerndoelen en eindtermen vernieuwd. De nieuwe (definitieve) conceptversies zijn al gepubliceerd en zullen de huidige op termijn vervangen. Deze actualisatie heeft als doel meer richting en houvast te bieden van het primair onderwijs naar de onderbouw en de bovenbouw van het vo. Een overzicht van alle nieuwe kerndoelen per leergebied vind je op allekerndoelen.nl.
Waarom zijn kerndoelen en eindtermen van belang in het curriculumontwerp?
Kerndoelen en eindtermen zijn een vast gegeven, maar de manier waarop je ze inzet kan verschillen. Ze bieden ruimte om eigen keuzes te maken in bijvoorbeeld didactiek en het leggen van accenten. Wanneer je deze als vertrekpunt neemt, biedt dat de volgende voordelen:
- Consistentie – Je curriculum sluit aan bij de landelijke kaders en wettelijke verwachtingen.
- Transparantie – Leerlingen, ouders en collega’s krijgen inzicht in waar het leren naartoe werkt en wat er wordt verwacht.
- Verantwoording – Je kunt laten zien hoe toetsen en leeractiviteiten bijdragen aan formele doelen.
- Samenhang – Kerndoelen en eindtermen helpen bij het opbouwen van een doorlopende leerlijn waarin kennis en vaardigheden logisch op elkaar aansluiten.
Hoe pak je dit dan aan: een praktijkvoorbeeld van Moderne Vreemde Talen
Ontwerp je een curriculum, dan wil je één doorlopende leerlijn: van onderbouw naar bovenbouw. Zo werken leerlingen van de kerndoelen door naar de eindtermen. Ontwerp je het curriculum, dan werk je hierbij andersom: je start bij de eindtermen en werkt stap voor stap terug naar kerndoelen (‘de trap af’). Zo kom je voor de onderbouw tot een aantal belangrijke concepten.
Stel, je gaat met je vaksectie de onderbouw uitwerken. Een krachtige manier van werken is achterwaarts (backward design): van doelen, naar toetsing, naar leeractiviteiten. Zo houd je de focus op wat leerlingen uiteindelijk moeten beheersen. Eerst bepaal je wat leerlingen aan het einde moeten kennen en kunnen. Vervolgens bedenk je hoe je dat zichtbaar kunt maken (toetsing). Pas daarna ontwerp je de lessen en activiteiten die aansluiten bij de doelen en de toetsing.
Begin vooral heel klein, zodat alles samen uiteindelijk een geheel wordt. Het vertalen van kerndoelen naar concrete lessen kan namelijk overweldigend voelen, alsof je in één keer het hele curriculum moet ontwerpen. Het kan dan juist helpen om dit stap voor stap uit te werken: kies één kerndoel en werk dit volledig uit volgens backward design. Neem bijvoorbeeld conceptkerndoel 5 van het vak Duits:
“De leerling schrijft in de Duitse taal, afgestemd op doel, publiek en context.”
In dit kerndoel gaat het om eenvoudig, functioneel schrijven. Denk hierbij aan korte teksten in herkenbare situaties en het uitwisselen van eenvoudige informatie. Daarnaast gaat het ook over het gebruiken van basiswoorden die een leerling nodig heeft om in deze herkenbare situaties te communiceren. Hieronder een voorbeelduitwerking met backward design:
Stap 1 – Begin bij de leerdoelen
Backward design start bij de doelen. Stel jezelf de vraag: “Wat laat een leerling die dit goed kan aan het einde van de leerperiode zien?” Hiervoor formuleer je leerdoelen. Dit kunnen in sommige gevallen letterlijk de kerndoelen zijn, maar is vaak een vertaling daarvan. Je kunt bij dit kerndoel denken aan een concrete invulling waarbij leerlingen schrijven over zichzelf, familie en voorkeuren (hobby’s en schoolvakken).
Stap 2 – Leren zichtbaar maken (toetsing)
Vervolgens denk je na over hoe dit leren zichtbaar te maken. Een passende summatieve toets kan zijn dat een leerling in de Duitse taal een kort stukje schrijft over zichzelf, de familie en hobby’s. Daarbij is het van belang om na te denken over de benodigde kennis en vaardigheden:
- Woordenschat (zichzelf, familie, hobby’s)
- Eenvoudige zinsstructuren (“ik woon in …”, “ik heb een broer”, “mijn hobby is..”)
- Persoonlijke voornaamwoorden (ik, hij, zij, …)
- Werkwoorden (haben en sein)
- Woordenboekgebruik (oefenen, hoe zoek je woordjes in een woordenboek?)
Door het expliciet maken van de bouwstenen bouw je stap voor stap toe naar het beoogde eindgedrag (leerdoel). Dit maakt het voor zowel leerlingen als collega’s duidelijk wat er geleerd moet worden en waarom. Daarnaast is herhaling en voldoende leerruimte essentieel. Laat leerlingen op verschillende momenten oefenen met deze bouwstenen, zodat kennis en vaardigheden beklijven. Combineer dit met gerichte feedback. Geef als docent duidelijke terugkoppeling op inhoud en taalgebruik en laat leerlingen tussentijds ook elkaar peerfeedback geven. Biedt daarbij een eenvoudige leidraad. Zo wordt leren zichtbaar en krijgen leerlingen de kans om te verbeteren voordat ze de summatieve toets gaan maken.
In het uitgewerkte voorbeeld zijn bovenstaande stappen uit backward design terug te zien, namelijk het leerdoel (kerndoel 5) en de toetsing met formatieve checks (roze en oranje). Daarbij staat ook hoe deze formatieve checks worden uitgevoerd (groen). Je ziet in één oogopslag hoe de toetsing en formatieve checks bijdragen aan het te behalen kerndoel.

Stap 3 – ontwerpen van leeractiviteiten
Nu je helder hebt wat leerlingen aan het einde moeten kennen en kunnen en hoe je dat zichtbaar gaat maken, kun je aan de slag met het concrete lesontwerp. Dit is hét moment om te bepalen hoe je lessen eruit gaan zien. Je kunt nu gaan nadenken over welke uitleg je gaat geven en wanneer, welke voorbeelden je gebruikt, welke oefeningen leerlingen gaan doen en hoe je materialen (zoals PowerPoints, werkbladen of opdrachten uit de methode) opbouwt.
Omdat je vanuit een duidelijk einddoel werkt, kun je je lessen gericht plannen. Je denkt na over vragen als: welke kennis en vaardigheden komen eerst aan bod, waar kunnen leerlingen zelfstandig oefenen, en op welke momenten geef je extra ondersteuning of instructie? Je weet nu precies welke tussenstappen nodig zijn om leerlingen klaar te stomen voor de summatieve toets en je kunt de lesinhoud en het lesmateriaal daarop afstemmen.
Een voorbeeld van één leerjaar
Wanneer je bijvoorbeeld één leerperiode ontwikkeld hebt, zoals het voorbeeld hierboven, voelt het ontwikkelen van het gehele curriculum hopelijk minder overweldigend. Je kunt nu de stap maken naar een ontwerp voor een heel leerjaar. Je bepaalt welke kerndoelen in welke periode centraal staan en hoe deze getoetst worden. Hieronder is een voorbeeld te zien van een leerjaar. Is je onderbouw twee of drie jaar lang, kunnen de kerndoelen terugkomen gedurende deze twee of drie leerjaren. In dit voorbeeld komen alle kerndoelen terug in één leerjaar. Het gaat bij een taal om een spiraalcurriculum. Onderdelen komen vaker terug en bouwen voort op elkaar. Op deze manier ontstaat een samenhangende leerlijn voor Duits waarin alle vaardigheden gedurende het hele schooljaar (gecombineerd) geoefend worden, maar ook de vaardigheden luisteren, lezen, schrijven en spreken in summatieve toetsing elkaar logisch opvolgen en alle kerndoelen een plek krijgen.

Tip: Curriculum Playground
Als je deze uitwerkingen van een leerjaar of leerperiode op papier hebt staan, wil je deze overzichtelijk kunnen borgen. Een handige manier om dit te doen en inzicht te krijgen hoe de kerndoelen en/of eindtermen met elkaar samenhangen is werken met Curriculum Playground. Met deze tool kun je kerndoelen en eindtermen eenvoudig vertalen naar leerdoelen en krijg je inzicht in hoe en wanneer ze in het leerjaar aan bod komen.
In het bovenstaande voorbeeld van het kerndoel bij Duits is er gewerkt met één vaardigheid per leerperiode. In de praktijk kan er in een leerperiode ook gewerkt worden met verschillende vaardigheden gecombineerd aan de hand van een thema (bijvoorbeeld Travel & Holidays, Food & Culture, Media & Entertainment en Future & Careers). Hieronder is één voorbeeld te zien uit in Curriculum Playground, namelijk het thema Travel & Holidays. Op deze manier wordt het zichtbaar hoe de leerdoelen aan de hand van kerndoelen terugkomen in één leerperiode.
Nog meer voorbeelden
De onderstaande uitgewerkte voorbeelden laat zien hoe binnen één thema verschillende vaardigheden op een samenhangende manier geoefend en getoetst kunnen worden:
- Leerlingen lezen een eenvoudig Engelstalig reisartikel en beantwoorden hier vragen over (leesvaardigheid – formatief toetsmoment).
- Leerlingen kijken naar een video over een reisbestemming en schrijven een korte review over deze bestemming (schrijfvaardigheid – formatief toetsmoment).
- Leerlingen luisteren naar een voorbeeld fragment waarin een leeftijdsgenoot vertelt over een vakantie. Hierna vertellen leerlingen in tweetallen kort over hun eigen vakantie (spreekvaardigheid – formatief toetsmoment).
- Leerlingen luisteren naar een Engelstalig fragment waarin een reisbestemming wordt beschreven en leggen de hoofdzaken vast uit dit fragment (luistervaardigheid – summatief toetsmoment).
In Curriculum Playground begin je met het invullen van het overzicht van kerndoelen en de vertaling naar leerdoelen. Als we kijken naar de kerndoelen van Engels kan dat er in Curriculum Playground als volgt uitzien:

Deze leerdoelen worden vervolgens in dit voorbeeld op thema niveau geclusterd, hier wordt gekeken welke doelen samen worden aangeboden in het thema.

Vervolgens kun je op verschillende manieren de clusters gaan inplannen in het schooljaar. In dit voorbeeld zie je wanneer het thema Travel & Holidays aan bod komt, welke vaardigheden formatief worden ingezet en hoe dit in context toewerkt naar het summatieve moment. Hierdoor wordt het duidelijk wanneer welke leerdoelen aan bod komen. Tot slot kun je per cluster de toetsing en leeractiviteiten toevoegen.

Vanuit deze stappen kun je in Curriculum Playground een analyse maken van de verdeling van activiteiten en toetsmomenten per kerndoel en/of eindterm. Daarmee wordt inzichtelijk of er voldoende, te veel of juist te weinig aandacht aan een kerndoel en/of eindterm besteed wordt. Een voordeel vanuit de analyse kan ook zijn dat je inzicht krijgt in waar en of er nog ruimte is in het curriculum voor voldoende flexibiliteit en creativiteit.
Basisvaardigheden
Bij het werken aan de basisvaardigheden (Nederlandse taal, rekenen/wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid) kun je de aanpak die hierboven beschreven wordt natuurlijk ook gebruiken, namelijk werken vanuit duidelijke doelen, toetsing en leeractiviteiten (backward design). De basisvaardigheden zijn geen op zichzelf staande vakgebieden, maar richtlijnen die in alle vakken tot uitdrukking moeten komen. In een krachtig curriculum ontwerp je en borg je deze vaardigheden door ze te integreren in de vakken.
Curriculum Playground kan hierbij helpen. Je kunt namelijk inzichtelijk maken hoe basisvaardigheden terugkomen in het curriculum. Bij het ontwerpen van een curriculum is het daarom waardevol om expliciet te maken hoe jouw vak hieraan bijdraagt. Begin november zal er in de tool de mogelijkheid zijn om leerlijnen in te laden. Door deze leerlijn in je huidige curriculum te verwerken heb je als docent de mogelijkheid om in de analyse een compleet overzicht te zien hoe de doelen van de basisvaardigheden terugkomen in jouw vak.
Samengevat
Kerndoelen en eindtermen geven richting aan het curriculum en zorgen voor consistentie, transparantie, verantwoording en samenhang. Door backward design te gebruiken en te beginnen bij eindtermen, leerdoelen te vertalen naar toetsing en vervolgens leeractiviteiten te ontwerpen, ontstaat een krachtig en samenhangend curriculum. Deze werkwijze helpt niet alleen bij vakinhoudelijke doelen, maar ook bij het integreren van basisvaardigheden. De tool Curriculum Playground kan helpen bij het borgen en inzichtelijk maken hoe doelen, toetsmomenten en vaardigheden in een curriculum samenhangen.
Veel ontwerpplezier! 🙂
Meer weten?
- Lees ons boek: Curriculumontwerp in de notendop (2e editie)
- Bekijk onze tool: Curriculum Playground
- Bekijk onze toolbox: Curriculumontwerp.nl
- Bekijk onze opleiding: Opleiding Curriculumexpert
- Bekijk alle nieuwe kerndoelen: allekerndoelen.nl
