Samenhang bewaken in het MBO, HBO en WO: wie overziet het geheel?

Een sterk curriculum voelt als één geheel: studenten weten waar ze naartoe werken, docenten weten waartoe ze opleiden en in elk onderdeel is die gezamenlijke richting herkenbaar. Om dat te bereiken, zal je geregeld afstand moeten nemen van het dagelijkse onderwijs. Een stapje achteruit zetten om zo het geheel te overzien, te volgen hoe het in de praktijk uitpakt en bij te sturen waar dat nodig is. Maar wie organiseert die blik op het geheel, terwijl iedereen het reilen en zeilen in de dagelijkse praktijk vormgeeft? En wie draagt de verantwoordelijkheid voor de keuzes die daaruit voortkomen? In dit artikel bespreken we waarom deze blik op het geheel van groot belang is voor curriculumkwaliteit en wat ervoor nodig is die rol binnen het team te vervullen. 

Waarom is samenhang van belang?

Een curriculum kent verschillende lagen. Zoals in dit artikel over gelaagdheid staat beschreven, krijgt een onderdeel van een curriculum, bijvoorbeeld een les, pas betekenis binnen een groter geheel. In het MBO en het HO kun je dit grotere geheel vertalen naar vier lagen:

  • Het onderwijsprogramma: Het gehele curriculum van een opleiding. 
  • Het faseprogramma: De propedeuse-fase, hoofdfase of eindfase. Ieder zo met eigen karakteristieken en ontwerpvraagstukken. 
  • Het jaarprogramma: Soms gelijk aan het faseprogramma, soms nog specifieker uitgewerkt per studiejaar, bestaande uit vier periodes dan wel twee semesters.
  • De lessenserie: De onderwijseenheid ofwel losse module. Het meest zichtbare niveau, waar ook het risico op losse lessen het grootst is; de kwaliteit hangt sterk af van de verbinding met de hogere niveaus.

Per programma zal de ervaren samenhang van deze verschillende lagen anders zijn. Soms weten onderwijsteams heel goed wat er in andere onderdelen van het curriculum gebeurt, soms wat minder. En dat laatste is zonde, want dit kan resulteren in een overladen programma met gefragmenteerde onderdelen die moeilijk aan elkaar te knopen zijn voor de student. Wat je ook wilt voorkomen, is een curriculum waarin niet afgestemd is op inhoud, waardoor overbodige herhaling of gebrek aan verdieping plaatsvindt. Bijvoorbeeld wanneer in twee opeenvolgende jaren dezelfde inhoud wordt behandeld, zonder te verdiepen. Om die risico’s te vermijden, zullen twee vormen van samenhang nagestreefd moeten worden (zie Figuur 1).

Figuur 1. Verschillende vormen van samenhang

Allereerst verticale samenhang, waarbij bewuste keuzes worden gemaakt over de inhoud over één of meerdere leerjaren of opeenvolgende onderwijsfasen heen. Dan horizontale samenhang, waarbij de inhoud met elkaar in verbinding wordt gebracht van de onderwijseenheden of modules die naast elkaar plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan verschillende vakken die studenten in dezelfde periode volgen, maar ook bijvoorbeeld het lopen van een stage naast het volgen van onderwijs. Wanneer inhoudelijke thema’s in die verschillende, gelijktijdige contexten met elkaar in verbinding worden gebracht, leidt dit tot dieper begrip van de leerstof. 

Wie bewaakt wat? 

Idealiter voelt iedere docent zich eigenaar van alle lagen van het curriculum en heeft hij zicht op zowel de horizontale als de verticale samenhang binnen dat curriculum. Maar in de praktijk is dit veelal niet het geval. In het MBO en HO hebben we vaak te maken met professionals die vanuit een gericht expertisegebied betrokken zijn bij de opleiding en daarmee logischerwijs niet bekwaam zijn in álle aspecten van de inhoud van een opleiding. Is dit wel het geval, dan vraagt het bewaken van samenhang in het curriculum ook nog eens om hoge mate van curriculumbewustzijn en -expertise. 

Ervan uitgaan dat iedereen hier binnen je onderwijsteam over beschikt, is natuurlijk onrealistisch. Des te belangrijker is het om deze taak expliciet te beleggen bij een aantal collega’s. Opleidingen worden vaak georganiseerd per leerjaar of per onderwijseenheid. Daardoor is er wel iemand verantwoordelijk voor periode 3 van leerjaar 2, maar niet vanzelfsprekend voor de lijn ‘Onderzoeksvaardigheden’ die van de propedeuse tot het afstuderen loopt. Wie bewaakt dan de verticale samenhang? Deze verticale samenhang voor bijvoorbeeld een kerncompetentie, zoals ‘Onderzoeksvaardigheden’, kan prima belegd worden bij de inhoudelijke experts binnen de opleiding. Denk bijvoorbeeld aan een competentiecoördinator, kerntaakspecialist of onderzoeksgroep. Zij kunnen vanuit hun (onderzoeks)expertise bepalen welke kennis, vaardigheden en attitude van belang zijn bij, in dit geval, ‘Onderzoeksvaardigheden’ en kunnen een doorlopende lijn vormgeven door de verschillende fasen van het curriculum heen. 

Horizontale samenhang wordt bij sommige opleidingen gemonitord door bijvoorbeeld een jaarcoördinator. Maar om bewuste beslissingen te nemen met betrekking tot het verbeteren van die horizontale samenhang, is toch echt de blik op het gehele curriculum van belang. Iedere verschuiving in een onderwijseenheid heeft invloed op de andere eenheden die gelijktijdig of erna nog zullen volgen. Onderwijstijd kunnen we immers maar één keer besteden en het gevaar groeit dat je curriculum verder versnippert bij iedere, inhoudelijke aanpassing. 

Samenhang als formele zorgtaak

Kortom, zicht houden op horizontale en verticale samenhang is nog niet zo gemakkelijk. Laten we eens kijken hoe dat in de verschillende contexten veelal georganiseerd wordt.

HBO

Het hbo kent een aantal wettelijk verankerde gremia. De opleidingscommissie, die altijd uit studenten en personeel bestaat, heeft instemmingsrecht op een aantal onderwerpen in de onderwijs- en examenregeling, adviesrecht op de overige onderwerpen, en de taak om jaarlijks de uitvoering van de OER te beoordelen. Daarnaast speelt de examencommissie een rol, omdat zij borgt dat studenten de beoogde leerresultaten daadwerkelijk aantonen. Geen van deze gremia is echter ontworpen om de inhoudelijke opbouw van het curriculum te bewaken. Dat is precies waarom veel hogescholen een curriculumcommissie (cuco) hebben ingericht, zonder wettelijke basis maar met een inhoudelijk mandaat. 

MBO

In het mbo ligt het eigenaarschap nadrukkelijker bij het onderwijsteam zelf. De MBO-Raad stelt dat onderwijsteams de verantwoordelijkheid dragen voor het onderwijsproces en zelfstandig afspraken kunnen maken over de onderlinge werkverdeling. Dat is een kracht, maar ook een risico: als het team verantwoordelijk is voor alles, is niemand specifiek verantwoordelijk voor de doorlopende leerlijn. Daarom zie je ook in het MBO steeds vaker een werkgroep ontstaan die zich hier expliciet mee bezighoudt. 

Hoe organiseren we die zorgtaak?

Welke naam we dan ook toekennen aan deze werkgroep of commissie: het gesprek mag vooral gaan over hoe zij deze taak goed kunnen volbrengen. Zoals eerder genoemd, is het geen gemakkelijke taak. Hieronder onderscheiden we een aantal verantwoordelijkheden die, naar ons inziens, horen bij deze rol. 

1. Kwaliteit bewaken

Bewaken is de vraag of onderdelen van het curriculum ‘kloppen’: dekken de onderwijseenheden samen de eindkwalificaties, sluit de inhoud van een onderwijseenheid aan bij die visie van de opleiding, sluiten toetsen aan bij het gewenste niveau? Op programmaniveau gaat het daarbij vooral om constructieve afstemming tussen beoogde leerresultaten, toetsing en leeractiviteiten (Biggs & Tang, 2011), maar ook om het bewaken van de visie. 

2. Samenhang bevorderen

Waar bewaken vooral controleert, gaat bevorderen over het actief versterken van verbindingen. De SLO onderscheidt naast verticale en horizontale samenhang ook samenhang tussen leren binnen en buiten school. Dat laatste is in het beroepsonderwijs erg belangrijk: de verbinding tussen opleiding en werkplek. Volgens Fullan en Quinn (2016) zit samenhang in de hoofden en het handelen van mensen, individueel en vooral collectief. Voor een werkgroep of cuco betekent dit: een kloppend schema is niet genoeg, docenten moeten de samenhang ook zelf begrijpen en uitdragen. 

3. Adviseren in behouden en verbeteren van de samenhang van het curriculum

Dat brengt ons bij de volgende verantwoordelijkheid. Samenhang gaat over collectief begrip en daarmee ligt er een adviserende taak bij de werkgroep of commissie. Fullan en Quinn (2016) benadrukken bovendien dat samenhang bouwen een doorlopend proces is van betekenis geven en opnieuw betekenis geven. Adviseren is dus niet alleen reageren op voorstellen, maar ook cyclisch evalueren van de samenhang. 

4. Overzicht bewaken en delen

Tot slot, kwaliteit en samenhang kan alleen bewaakt worden als iemand het geheel overziet, en alleen gedeeld worden als dat overzicht zichtbaar is. Het is daarom van belang dat het curriculum transparant voor interne en externe betrokkenen is en studenten en docenten de belangrijke informatie geeft die zij nodig hebben in het doorlopen van het curriculum.

Tot slot

Wat heeft een werkgroep of commissie eigenlijk nodig om deze vier verantwoordelijkheden waar te maken? Denk aan een helder mandaat. Wat mag de werkgroep zelf beslissen, waarover adviseert zij, en hoe verhoudt zij zich tot de opleidingscommissie, de examencommissie en het management? Zonder die duidelijkheid wordt een cuco al snel een adviesorgaan aan de zijlijn, waarvan de adviezen goed bedoeld zijn maar weinig richting geven. 

Daarnaast vraagt deze rol om tijd. Overzicht houden, analyseren en het gesprek met collega’s organiseren gebeurt niet tussen twee lessen door; het verdient een plek in de taakverdeling. Ook is toegang tot evaluatiegegevens onmisbaar, denk aan studentevaluaties maar ook signalen vanuit praktijkbegeleiders bijvoorbeeld. Tot slot curriculumexpertise onder de leden: kennis van onderwijsontwerp en -kwaliteit, waaronder constructieve afstemming, en de vaardigheid om collega’s mee te nemen in het denken over het geheel.

Oproep

Herken je de vragen uit dit artikel binnen je eigen opleiding? Vanaf 2027 organiseren we een aantal bijeenkomsten voor curriculumcommissies. Tijdens deze bijeenkomsten gaan jullie direct aan de slag met jullie curriculum: van het in kaart brengen van de samenhang tot het aanscherpen van jullie rol en mandaat. Zo wordt samenhang bewaken geen losse taak, maar een vaste kracht in jullie team. Laat hieronder je e-mailadres achter als je op de hoogte wilt blijven van de bijeenkomsten.

_____

Literatuur

Biggs, J., & Tang, C. (2011). Teaching for quality learning at university (4th ed.). McGraw-Hill/Open University Press.

Fullan, M., & Quinn, J. (2016). Coherence: The right drivers in action for schools, districts, and systems. Corwin.

Thijs, A., & Van den Akker, J. (Red.) (2009). Leerplan in ontwikkeling. SLO.

image_pdfDownload artikel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Samenhang bewaken in het MBO, HBO en WO: wie overziet het geheel?
0:00
Samenhang bewaken in het MBO, HBO en WO: wie overziet het geheel?
Vernieuwenderwijs.nl
0:00 0:00
Deel dit artikel
Link gekopieerd! ✓