De fases van een docentenloopbaan: waar sta jij?

Geen enkele docentenloopbaan is gelijk: onderwijs is zo dynamisch dat elke docent een eigen verhaal kent, met daarin ups en downs. Tijden van motivatie voor groei en ontwikkeling, en tijden van ‘stilstand’, waarbij je (tijdelijk) een pas op de plaats maakt. Het herkennen van dergelijke fases kan enorm helpen bij het denken over je eigen ontwikkeling. Maar welke fases zijn er? En waar sta jij?

Fases in de ontwikkeling als docent

Het docentschap is bij uitstek een ervaringsvak. Al voordat je als docent begint beschik je over veel beelden en ervaringen over hoe lesgeven er uit ziet: we zijn immers allemaal ook leerling en student geweest. Vervolgens start je met lesgeven en ervaar je al snel wat je goed of minder goed afgaat.

In de eerste paar jaar als nieuwe docent leer je daarbij enorm veel, maar ben je ook nog vaak aan het overleven. Je bent op zoek naar houvast, orde in de klas, en manieren om alles georganiseerd te krijgen. Na een jaar of drie stabiliseert dit zich vaak: docenten hebben dan ‘hun manier’ gevonden en gaan van daaruit op zoek naar verdere ontwikkeling binnen het vak. Het ideale moment dus om stappen te zetten! Mits er de ruimte is en de omstandigheden goed zijn, is dit de fase waarin een docent een voortrekkersrol kan spelen in de school. Maar ook: hier kan een docent ‘vastlopen’ en met meer afstand gaan werken.

Michael Huberman deed hier onderzoek naar, en omschreef deze verschillende fases, zoals zichtbaar is in het onderstaande model.

Jouw ontwikkeling als docent

De eerste twee fases zijn voor iedereen herkenbaar, en behoeven weinig extra uitleg. Na een aantal jaar begin je als docent grip te krijgen op dat wat je doet. ‘Hé, ik kan dit’ is daarbij misschien wel de beste omschrijving van het gevoel dat er optreedt wanneer je in de ‘stabilisering zit’. Je hebt meer grip op wat je aan het doen bent, hebt een manier gevonden die werkt en hebt je werk daarbij goed georganiseerd. Het meest spannende vindt plaats in de fases daarna…

Vanuit de stabilisering zijn er namelijk twee afslagen, die interessant zijn in je ontwikkeling. De eerste afslag is die van ‘Experimenteren’. Omdat je de basis op orde hebt ga je verder kijken. Dat verder kijken kan de klas in zijn (jouw eigen handelen), of kan juist klasoverstijgend zijn: je wil een grotere rol spelen binnen de school. Daarbij is dit de fase waarin je als docent vaak actief aan de slag bent met je eigen ontwikkeling: het proberen te werken met nieuwe werkvormen of manieren van toetsing bijvoorbeeld. In deze fase ervaar je als docent vele energie en motivatie: je wil er écht iets moois van maken.

Bezinning: even pas op de plaats

De andere afslag vanuit de stabiele fase, is die van ‘Bezinning’. Dit is het punt waar je als docent pas op de plaats maakt, om vanuit daaruit op (zelf)onderzoek te gaan. Is dit wat ik wil? Past het bij mij? Hoewel dit veelal onbewust gebeurt, zijn dit wel belangrijke vragen in de loopbaan van een docent. Het kán leiden tot ‘conservatisme’, het vast blijven houden aan de manier van werken en de routines die je al kent. Je neemt iets meer afstand van alle drukte en ontwikkeling, en focust je vooral op het blijven werken op de manier die voor jou werkt.

Het kan ook leiden tot nieuw enthousiasme, om zo (opnieuw) aan de slag te gaan met het actieve experimenteren in de lessen en het ontwikkelen van jezelf. Vaak leidt dit daarna richting ‘Sereniteit’ zoals Huberman dit omschrijft: rust gecombineerd met de motivatie om het elke les goed te doen. Dit is vaak de wat oudere docent die als een rustpunt in de school dient: betrokken en altijd klaar met een tip of een goede oplossing.

In welke loopbaanfase sta jij?

De loopbaanfase zegt vaak meer dan dat je denkt over hoe je met de dagelijkse dingen in een school of opleiding bezig bent. Daarnaast herken je ook vast de invloed hiervan op de samenwerking met collega’s. Daarom is het bijna vreemd dat we het hier nooit over hebben in samenwerkingen! Wat fijn zou het zijn als je, in bijvoorbeeld een nieuwe projectgroep, eerst met elkaar afstemt in welke fase je zit. Dit helpt om geen verkeerde verwachtingen van elkaar te krijgen én te zorgen dat iedereen in zijn/haar kracht kan staan.

Om je daarbij te helpen zijn er een aantal vragen die je jezelf kunt stellen, om zo te achterhalen in welke fase je op dit moment zit. Let daarbij op dat het niet alleen gaat over het aantal jaren ervaring: dit is relatief, en vaak ook context afhankelijk.

Reflectievraag 1: Waar krijg je op dit moment energie van in je werk?
Zit je energie vooral in het ontdekken van het beroep? Het experimenteren of ontwikkelen van nieuwe dingen? Of juist op het rustig doen wat je al deed?

Reflectievraag 2: Welke mentale ruimte voel ik voor verandering?
Is er ruimte voor verandering? En is er ook behoefte aan het (mee doen aan) veranderen?

Reflectievraag 3: Is de fase waarin ik zit een bewuste keuze, of is dit zo gebeurd?
Ben je actief jouw eigen ontwikkeling aan het sturen? Of is dit ‘ineens’ zo, en heb je hier een mening/gevoel over?

Met behulp van deze vragen kun je voor jezelf scherper krijgen in welke fase je zit. En, wanneer dat handig is, kun je deze vragen ook eens met directe collega’s bespreken. Wie weet wat je zo van elkaar ontdekt!

Kortom

Een model zoals deze van Huberman kan helpen in het duiden van bepaald gedrag en motivatie binnen je school of opleiding. Het kan daarmee ook de samenwerking verbeteren, of de mogelijkheden voor professionalisering verbeteren. Maar, net als veel modellen, blijft dit vooral een richtlijn: het geheel aan fases is fluïde, en docenten kunnen op elk moment in hun carrière veranderen. En dat is misschien ook wel het mooiste hieraan: het helpt om gesprekken aan te gaan over motivatie rondom veranderingen in het onderwijs, vanuit het perspectief van de docent zelf. En dat is niet voor niets: onderwijs blijft mensenwerk!

Literatuur

Huberman, M. (1989). The professional life cycle of teachers. Teachers College Record, 91(1), 31–57.

image_pdfDownload artikel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *