Saturatie, hoe bereik je dat? (download)

Lerend kwalificeren en programmatisch toetsen zijn twee toetsconcepten die bij steeds meer opleidingen worden toegepast in het mbo, hbo & wo. Binnen deze concepten kijk je doorlopend, holistisch naar de ontwikkeling van een student aan de hand van handelingen en producten, op basis waarvan je het leerproces begeleidt én de beslissing neemt. Eén van de uitgangspunten hierbij is dat je beslissingen neemt op basis van ‘saturatie’. Wat is dat nu precies? En hoe kun je dat bereiken? Daarover alles in dit artikel.

Programmatisch toetsen en lerend kwalificeren

Zowel programmatisch toetsen als lerend kwalificeren zijn toetsconcepten waarbij je doorlopend, holistisch de ontwikkeling van de student volgt en ondersteunt. Dat ze anders worden genoemd komt vooral door de context: in de kern gaat het om hetzelfde concept. Studenten tonen middels producten of handelingen (datapunten) aan in hoeverre zij de beoogde leerresultaten beheersen, en krijgen daarop feedback. Dit waardeoordeel samen met de feedback, bieden informatie die wordt gebruikt om enerzijds het leerproces te ondersteunen en anderzijds toe te werken naar de beslissing. In dit concept zijn de leer- en beslisfunctie dan ook met elkaar verweven – anders dan bijvoorbeeld bij het formatief handelen. Lees in dit artikel meer over het verschil tussen beide concepten. Ook verschillen de concepten van bijvoorbeeld portfoliotoetsing, zoals we uitleggen in dit artikel over analytisch en holistisch beoordelen.

Wil je meer weten over beide concepten? Kijk dan ook eens op deze informatiepagina.

Ook biedt dit concept in onze ervaring kansen in het voortgezet onderwijs (vo), meer daarover lees je in dit artikel.

Data verzamelen

De kern van programmatisch toetsen en lerend kwalificeren draait om het verzamelen van data over de prestaties van de student. Data waarin de student laat zien in hoeverre hij of zij een beoogd leerresultaat beheerst, zoals de leeruitkomst of het werkproces. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van een presentatie waarin een student vertelt over een werkproces, een kennistoets waarin een leeruitkomst wordt getoetst of een praktijkhandeling waarin zoiets wordt toegepast. Dit noem je een datapunt. Binnen één datapunt kunnen ook meerdere beoogde leerresultaten naar voren komen.

Over een datapunt wil je in je ontwerp nadenken en/of de studenten laten nadenken: niet iedere quiz is datapunt. Het gaat om betekenisvolle producten of handelingen. In het Engels noemt men een datapunt daarom ook wel een Artefact: een door een mens gemaakt object dat betekenis heeft. Om dat te kiezen moet je bedenken wát je precies wil zien om aan studenten en de omgeving inzichtelijk te maken in hoeverre de leerresultaten worden beheerst. Met andere woorden: je wilt goed nadenken welke producten of handelingen dit zichtbaar kunnen maken, zodat het bijdraagt aan het nemen van een uiteindelijke beslissing hierover. Dit noem je beslissings-gedreven dataverzameling (dit in tegenstelling tot datagedreven beslissen, waarbij reeds aanwezig data, zoals standaard toetsen en cijfers, worden gebruikt).

Figuur 1. Van datagedreven beslissen naar beslissings-gedreven dataverzameling.

Datapunt

Een voorbeeld kan zijn dat een student een gesprek voert met een fictieve cliënt, waaraan 2 leeruitkomsten ten grondslag liggen. Eén daarvan behelst dat de student een bepaalde gesprektechniek moet toepassen en de ander dat een bepaald protecol correct moet worden toegepast. Tijdens het gesprek kijken twee medestudenten en een docent mee, die naderhand feedback geven. Dit wordt verwerkt middels een rubric van één (single point rubric), waarbij per leeruitkomst wordt aangegeven wat goed ging en wat minder goed ging, evenals dat er een wordt aangeven of de leeruitkomst onvoldoende, voldoende of goed naar voren is gekomen. Zo kan deze informatie worden gebruikt om én feedback (leerfunctie) te geven én tussentijds en aan einde van het semester een beslissing te nemen (beslisfunctie) over de voortang van de student, tezamen met alle andere datapunten.

Figuur 2. Een datapunt levert een waardeoordeel en feedback op. Die informatie gebruik je voor het leer- en beslisproces.
Naar een voorbeeld van Schilt-Mol en Baartman, 2025

Wil je alles weten over programmatisch toetsen en datapunten? Lees dan dit artikel.

Hoeveel data(punten)?

Hoeveel data(punten) heb je dan nodig om uiteindelijk een goede beslissing te kunnen nemen? Het is een vraag die we vaak krijgen. Je wilt uiteindelijk toewerken naar een overtuigende hoeveelheid informatie, zodat je onderbouwd een beslissing kunt nemen. Je wilt met andere woorden saturatie bereiken: het punt waarop nieuwe informatie niets (significants) meer toevoegt. Een algemeen begrip, wat ook wel wordt gebruikt binnen de scheikunde, vormgeving en gezondheidszorg, maar zo ook dus binnen deze context.

Wanneer je dat punt bereikt is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het type leerresultaat, de mogelijk contexten, enzovoorts. Ook kan het verschillen per student: de een wisselt bijvoorbeeld meer in resultaten van de ander, waardoor je wellicht meer wilt zien om een duidelijk patroon te zien. Dit kan zijn na 3 datapunten of juist na 8 datapunten of misschien wel meer.

Het is dus een belangrijk uitgangspunt bij het ontwerpen van programmatisch toetsen. Zo kwam het principe ook naar voren als één van de 7 herijkte principes voor programmatisch toetsen en lerend kwalificeren, wat Tamara van Schilt-Mol en Liesbeth Baartman presenteerde op ons congres Van Foto naar Film 2025:

Reflectievragen voor saturatie

Al hoewel je in het ontwerp oftewel beoogde curriculum rekening kunt houden met een aantal ontwerpkeuzes, kun je dan ook pas gaandeweg het leerproces oftewel in het uitgevoerde curriculum concluderen of er sprake is van voldoende saturatie. Wat voldoende is, is tevens mede afhankelijk van waar de student is in zijn of haar leerproces: voor een tussenevaluatie (‘midstake’) heb je nog geen volledige saturatie nodig. Bij een uiteindelijk beslissing (‘high-stake’) wel.

Hoe bereik je het dan? Het niet passend om daar een checklist voor te geven. Het is immers een subjectief gegeven: het kan per student verschillen, het is situationeel. Wel zijn er diverse factoren waar je rekening mee kunt houden in bij het ontwerpen van het curriculum en/of tijdens het uitvoeren ervan. Een deel hiervan hebben we vertaald naar 8 reflectievragen. Deze kun je dus als team gebruiken bij het ontwerpen van programmatisch toetsen of lerend kwalificeren, of juist in dialoog met studenten tijdens bijvoorbeeld een tussenevaluatie – om zo samen toe te werken naar een zo volledig mogelijk beeld van de ontwikkeling.

Download de reflectievragen

Download hieronder de 8 reflectievragen. Deze kun je printen op A5 (of A4) om met elkaar in gesprek te gaan.

Download reflectiekaarten (A5)

Meer downloads zoals deze? Bekijk dan onze pagina met downloads.

Ondersteuning nodig?

We hopen dat deze reflectievragen helpen bij het ontwerpen en uitvoeren van programmatisch toetsen en lerend kwalificeren. Meer ondersteuning nodig? Kijk dan ook eens op programmatischtoetsen.nl, lerend-kwalificeren – of neem gerust contact met ons op voor inspiratie, training of begeleiding bij het ontwikkelen én uitvoeren van programmatisch toetsen of lerend kwalificeren.

Succes! 🙂

Meer weten? Luister dan naar de podcast hieronder:

image_pdfDownload artikel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *