Portfolio’s zijn de afgelopen jaren steeds populairder geworden in het onderwijs. Niet alleen in het hbo en wo, maar ook in het vo en mbo wordt het portfolio steeds vaker ingezet als toetsvorm. Het idee hierachter is veelbelovend: studenten verzamelen bewijzen van hun competenties en reflecteren op hun leerproces. Maar waar moet je op letten bij portfoliotoetsing? Dit artikel verkent wat een portfolio precies is, welke vormen er zijn, hoe je het het beste inzet in de praktijk, en wat de opkomst van AI betekent voor het werken met portfolio’s.
Wat is een portfolio?
Is een portfolio een nieuw fenomeen? Zeker niet. In domeinen zoals de kunst, architectuur en ook HR worden portfolio’s al langer gebruikt. Maar het toenemende gebruik van portfolio’s als toetsvorm in het onderwijs is wel opvallend. Door dit toenemende gebruik zien we dat de gehanteerde definitie en functie van een portfolio erg uiteenlopend is bij verschillende opleidingen.
Wat is een portfolio precies? Een portfolio is een toetsvorm waarbij de bekwaamheid van een student op basis van een verzameling werk wordt beoordeeld. Daarbij wordt een portfolio beschreven als “een artefact voor de opslag van producten die bewijzen dat een individu of een groep kennis en kunde heeft verworven” (Farrell, 2020). Wat precies bedoeld wordt met ‘producten’ is afhankelijk van hoe het portfolio ingezet wordt. Denk aan verslagen, reflecties, video’s, feedback van begeleiders, foto’s van werkstukken of logboeken.
Vormen van portfolio’s
Niet elk portfolio is hetzelfde. De vorm hangt af van het doel dat je ermee nastreeft. In de praktijk onderscheiden we drie veelgebruikte vormen.
Showcaseportfolio: prestaties aantonen
Een showcaseportfolio is een verzameling van het beste werk van een student. De student verzamelt alles wat hij heeft gedaan en geleerd gedurende de onderwijsperiode en selecteert daaruit de volgens hem beste bewijslast. De student gebruikt het portfolio in dit geval als bewijsvoering van de verworven competenties. Dit wordt veelal summatief beoordeeld.
Ontwikkelingsportfolio: het leerproces inzichtelijk maken
Dient het portfolio vooral voor het inzichtelijk maken van het leerproces? Dan kun je spreken van een ontwikkelingsportfolio. Deze vorm wordt met name formatief ingezet, maar kan ook summatief beoordeeld worden. Bij een ontwikkelingsportfolio is vaak ook veel reflectie op het leerproces terug te zien, zowel van de student zelf als in de vorm van feedback van anderen. Dit portfolio ondersteunt de student bij zelfreflectie en het sturen van het eigen leren.
Beoordelingsportfolio (portfolio assessment)
Een beoordelingsportfolio, ook wel portfolio assessment genoemd, combineert elementen van de showcase- en ontwikkelingsvorm. Het doel is om op basis van meerdere bewijsstukken een weloverwogen oordeel te vellen over de competentieontwikkeling van een student. Deze vorm past goed binnen programmatisch toetsen, waarbij meerdere datapunten samen een totaalbeeld vormen.
Waarom (g)een portfolio?
De keuze voor een portfolio als passend toetsinstrument is een keuze die voortkomt uit visie. Vanuit een meer constructivistisch perspectief kiezen opleidingen namelijk voor een toetsvorm die de nadruk legt op leren als een proces van reflectie en creatie. De student ‘bouwt’ als het ware aan zijn of haar competenties. In vergelijking met meer traditionele vormen van toetsing poogt een portfolio inderdaad studenten eigenaarschap te geven over hun leerproces en nodigt het uit tot zelfreflectie. In de praktijk zijn er wel een aantal uitdagingen wanneer het aankomt op portfoliotoetsing.
Allereerst is het objectief beoordelen van een portfolio nog niet zo makkelijk. Vaak leven er bij de competenties die middels een portfolio getoetst worden al interpretatieverschillen. Competenties zijn immers complex: kennis, vaardigheden en houding komen samen. Daarnaast heeft de student een mate van eigenaarschap in wat er in het portfolio terecht komt. Kortom: portfolio’s zullen onderling verschillen. Dit verschil maakt dat er interpretatieverschillen tussen beoordelaars kunnen zijn over de mate waarin iets als goed en geldend bewijs dient. Om dit te voorkomen, is het aan te raden om portfolio’s door meerdere beoordelaars na te laten kijken.
Ten tweede kan een portfolio, zonder de juiste begeleiding, een administratieve ‘papieren tijger’ worden voor zowel student als docent. Dit risico loop je bijvoorbeeld als je geen structuur biedt, niet met elkaar definieert welk doel het portfolio dient en studenten hun eigen gang laat gaan. Maar ook als je juist té veel structuur biedt, kun je dit risico lopen. In dat geval wordt het portfolio een verplichte verzameling van documenten; een checklist.
Deze twee uitdagingen schetsen dat er bewuste keuzes gemaakt moeten worden bij het inzetten van een portfolio als toetsvorm. Deze keuzes gaan enerzijds over de inhoud en anderzijds over de didactiek. Beide elementen geven samen het portfolio vorm.

Inhoud
Een portfolio biedt mooie kansen om een competentie in meerdere vormen en contexten aan te tonen, wat de validiteit verhoogt. Dit vereist wel dat de competentie te herleiden is naar de beroepscontext én dat we het beroepshandelen helder onder woorden brengen door herkenbare kennis, vaardigheden en houding te integreren. Hoe scherper studenten en beoordelaars de te toetsen competentie in beeld hebben, hoe authentieker en betekenisvoller het portfolio zich kan vullen. Als opleiding heb je dus de taak om de competenties grondig te analyseren en te verbinden aan de beroepscontext. Studenten dienen we goed mee te nemen in de domeinspecifieke kennis, vaardigheden en houding die een belangrijke rol spelen in die context. Een mogelijkheid is om leeruitkomsten te formuleren bij een competentie, waarmee je de competentie vertaalt naar concreet gedrag.
Didactiek
Daarnaast vereist het werken met een portfolio ook een specifieke didactiek, waarbij de aandacht ligt op het gestructureerd bieden van autonomie aan de student. De volgende drie didactische uitgangspunten zijn hierbij belangrijk.
Diverse leeractiviteiten
Succesvolle portfoliotoetsing hangt ook samen met het bieden van diverse relevante leeractiviteiten, passend bij de te toetsen competenties. Wanneer studenten geen diversiteit aan leeractiviteiten ondervinden, valt er maar weinig te selecteren voor in het portfolio. En dat terwijl juist dat selectieproces heel leerzaam is: “Wat heb ik deze week gedaan wat bijdroeg aan de competentie ‘Onderzoekend vermogen’?” Een combinatie van leeractiviteiten waar studenten binnen- en buitenschools leren, is bijvoorbeeld heel geschikt. Dit kan door middel van een stage, een buitenschools project of een opdrachtgever.
Wekelijkse portfoliotaken
Het grote voordeel van een portfolio is dat het de student meer bewust maakt van het gehele leerproces. Of het nu een showcaseportfolio of een ontwikkelingsportfolio betreft: de student is vanaf de eerste week bezig met het vullen van het toetsinstrument. Helaas betekent dit niet dat iedere student ook echt continu bezig is met het portfolio. Clarke & Boud (2016) benadrukken het belang van het aanbieden van wekelijkse portfoliotaken. Dit zijn taken die de student met regelmaat betrekken bij het leerproces en de student helpt met reflecteren. Een mooi voorbeeld hiervan is om de student wekelijks te vragen om zijn of haar eigen werk te evalueren van de afgelopen weken. Zo stimuleer je de student stil te staan bij het leerproces en werkt de student aan de vaardigheid om het eigen werk te kunnen beoordelen.
Feedback
Door met een portfolio te werken, ontstaat er de mogelijkheid van een continue dialoog tussen student en docent, iets wat bij traditionele toetsvormen vaak mist. Hierdoor wordt de rol van feedback veel betekenisvoller. Een portfolio biedt de kans om te volgen of eerdere punten van feedback zijn verwerkt en waar verbetering nodig is. Bovendien kan een portfolio feedback vanuit verschillende perspectieven zichtbaar maken, zoals die van docenten, medestudenten en zelfevaluaties. Een effectieve manier om studenten actief bij feedback te betrekken, is door hen te laten reflecteren op ontvangen feedback. Dit vereist wel dat de opleiding studenten en docenten bekwaamt in het geven en ontvangen van feedback. Het is dus verstandig om de keuze voor portfoliotoetsing vanuit een programma-breed perspectief te benaderen: binnen één cursus sporadisch gebruikmaken van portfoliotoetsing draagt niet structureel bij aan het creëren van een feedbackcultuur.
Het digitale portfolio
Waar portfolio’s vroeger vooral bestonden uit fysieke mappen met documenten, werken de meeste opleidingen tegenwoordig met een digitaal portfolio (ook wel e-portfolio genoemd). Een digitaal portfolio biedt een aantal praktische voordelen: studenten kunnen multimedia toevoegen zoals video’s, audio-opnames en foto’s. Daarnaast is het makkelijker om feedback te integreren, het portfolio te delen met meerdere beoordelaars en de voortgang over tijd te volgen.
Tegelijkertijd brengt de keuze voor een digitaal platform ook aandachtspunten met zich mee. De tool moet het pedagogisch doel dienen, niet andersom. In de praktijk zien we dat opleidingen soms een platform kiezen dat veel structuur afdwingt, waardoor het portfolio meer een invullijst wordt dan een persoonlijk ontwikkelinstrument. Het is daarom belangrijk om eerst te bepalen wat je wilt bereiken met het portfolio en daarna pas een passend platform te kiezen.
Veelgebruikte platforms voor digitale portfolio’s in het Nederlandse onderwijs zijn onder andere Scorion, OnStage, Portfolium, Mahara en Brightspace Portfolio. Sommige opleidingen kiezen voor een eenvoudigere aanpak met OneNote, Google Sites of zelfs een gedeelde map.
Portfolio en AI: kansen en aandachtspunten
De opkomst van generatieve AI heeft ook gevolgen voor het werken met portfolio’s. Enerzijds biedt AI kansen: studenten kunnen AI gebruiken als sparringpartner bij het reflecteren op hun leerproces, of als hulpmiddel bij het formuleren van leerdoelen. Anderzijds roept het vragen op over authenticiteit. Als een student reflecties laat schrijven door AI, wat zegt het portfolio dan nog over het werkelijke leerproces?
De sleutel ligt in het herontwerpen van de portfoliotaken. Reflecties die je eenvoudig kunt laten genereren door AI, zijn waarschijnlijk ook zonder AI al weinig zeggend. Sterkere portfoliotaken vragen studenten om specifieke ervaringen te beschrijven, eigen keuzes te onderbouwen en concrete voorbeelden uit hun praktijk te koppelen aan de competenties. Dit soort taken zijn niet alleen AI-bestendig, maar ook inhoudelijk waardevoller. Daarnaast kan het gesprek over het portfolio, bijvoorbeeld tijdens een beoordelingsgesprek, een belangrijke rol spelen in het verifiëren van de authenticiteit.
Aan de slag met portfoliotoetsing
Wil je als opleiding starten met portfolio’s, of het bestaande gebruik verbeteren? De volgende vijf stappen helpen je op weg.
- Bepaal het doel: wil je prestaties aantonen (showcase), het leerproces zichtbaar maken (ontwikkeling), of een combinatie? Dit bepaalt de inrichting van het portfolio.
- Formuleer heldere criteria: zorg dat studenten én beoordelaars weten wat goed bewijs is. Gebruik hiervoor leeruitkomsten en rubrics.
- Ontwerp de leeractiviteiten mee: een portfolio werkt alleen als studenten voldoende relevante activiteiten doorlopen om het te vullen. Denk aan backward design.
- Bouw feedback structureel in: plan wekelijkse portfoliotaken en zorg voor feedbackmomenten met docenten, medestudenten en uit de beroepspraktijk.
- Kies een passend platform: laat de tool het doel ondersteunen. Begin liever eenvoudig dan met een complex systeem dat studenten afschrikt.
Tot slot
Portfolio’s kunnen een hele effectieve en valide toetsvorm zijn, maar alleen als ze goed ontworpen en geïntegreerd worden in het hele onderwijsprogramma. Of je nu kiest voor een showcaseportfolio, een ontwikkelingsportfolio of een beoordelingsvorm: neem de tijd om bewuste keuzes te maken op het gebied van inhoud en didactiek. Houd daarbij rekening met de mogelijkheden en uitdagingen die digitale tools en AI met zich meebrengen. Zo kan het portfolio écht bijdragen aan het leren van je studenten.
Podcast
Luister naar de podcast van De Wijsneuzen waarin we op zoek gaan naar het antwoord op de vraag: Hoe zet je een portfolio goed in? Veel luisterplezier!
Ontwerpkeuzes maken
Op welke manier kun je het portfolio nu goed inzetten binnen jullie eigen curriculum? En hoe kom je daarbij tot goede ontwerpkeuzes? Leer er alles over tijdens onze leergang curriculumontwerp 👇
📚 Leergang Curriculumontwerp
Leer hoe je een krachtig curriculum ontwerpt – met theorie, praktijk en begeleiding van experts. Je krijgt toegang tot:
🎞️ 50+ video’s over curriculumontwerp
💻 Webinars met experts
💬 Een online community
• Clarke, J.L., & Boud, D. (2016) Refocusing portfolio assessment: curating for feedback and portrayal. Innovations in Education and Teaching International.
• Driessen, E., & Van der Vleuten, C. (2000). Portfolio assessment: Key issues to consider.
• Farrell, O. (2020). From portafoglio to eportfolio: The evolution of portfolio in higher education. Journal of Interactive Media in Education, 2020(1).
• Oudkerk Pool, A., Govaerts, M.J.B., Jaarsma, D.A.D.C., Driessen, E.W. (2018). From aggregation to interpretation: how assessors judge complex data in a competency-based portfolio. 23(2). 275-287.
• Van Tartwijk, J., Driessen, E., Van der Vleuten, C., & Stokking, K. (2007). Factors influencing the successful use of portfolios.

Volgens mij staat er een foutje in de tekst. Je schrijft: “Allereerst is het subjectief beoordelen van een portfolio nog niet zo makkelijk. Vaak leven er bij de competenties die middels een portfolio getoetst worden al interpretatieverschillen.” Ik denk dat dat ‘objectief’ moet zijn?
Allereerst is het subjectief beoordelen van een portfolio nog niet zo makkelijk. Vaak leven er bij de competenties die middels een portfolio getoetst worden al interpretatieverschillen.
Bedoel je hier niet objectief?
Hi Suzan en EY Fioole, jullie hebben helemaal gelijk. Foutje! Dank!
Mooi overzicht van de mogelijke meerwaarde van ‘een artefact voor de opslag van producten die bewijzen dat een individu of een groep kennis en kunde heeft verworven’ ten behoeve van summatieve toetsing en formatieve toetsing. Goede en consistente inzet ervan afhankelijk van (gedeelde) visie op leren. En daarmee op de inrichting van het onderwijs (didactiek, eigenaarschap). Thanks!