Deze leertheorieën moet je kennen

In het onderwijs geven we les om leerlingen en studenten wat te leren. Maar op welke manier kunnen zij het beste leren? Als we spreken over onderwijs moeten we het eigenlijk ook hebben over de verschillende leertheorieën die aan de basis van hoe we denken over leren liggen. In dit artikel de meest bekende stromingen die invloed hebben op het onderwijs.

Leertheorieën

De kijk op leren bepaalt voor een groot deel ook de manier van lesgeven die je als docent hebt. Daarbij doe je dat meestal niet direct bewust vanuit een van deze theorieën, maar je zult zien dat er veel herkenning zal zijn. Door hier bewuster van te zijn kun je als docent ook verder zoeken naar het verbeteren van je eigen lesgeven.

Behalve voor je eigen lessen, is de visie op leren ook ontzettend belangrijk voor de (door)ontwikkeling van het onderwijs binnen je school of opleiding. Hoe succesvol een innovatie is hangt voor een groot deel samen met je collectieve visie op leren. Waardevol dus om met elkaar hierover het gesprek aan te gaan: waar geloof je het meeste in? hoe doe je dat nu? wat zou je graag meer willen doen?

De kijk op leren wordt vaak verbonden aan een of meer leertheoretische stromingen. Deze stromingen zijn veelal ontstaan in de vorige eeuw en gestoeld op psychologisch onderzoek en/of een filosofische traditie. In de onderwijspraktijk worden inzichten uit verschillende stromingen meestal gecombineerd. Een les, toetsvorm of onderwijsconcept valt dus zelden exclusief onder één leertheorie. Hieronder volgen vijf invloedrijke stromingen en perspectieven, voorzien van uitleg, personen en voorbeelden.

Leertheorie, onderwijsvisie en didactisch model

Een leertheorie beschrijft of verklaart hoe leren tot stand komt. Een onderwijsvisie bevat ook normatieve en contextgebonden keuzes: wat willen we met ons onderwijs bereiken en wat vinden we daarbij belangrijk? Een instructie-, didactisch of ontwerpmodel vertaalt zulke uitgangspunten naar handvatten voor het ontwerpen en uitvoeren van onderwijs.

HILL en 4C/ID zijn daarom geen extra leertheorieën naast bijvoorbeeld behaviorisme of cognitivisme, maar onderwijs- en ontwerpmodellen die inzichten uit meerdere bronnen kunnen combineren. Lees daarover ook 5 modellen om je onderwijs mee te ontwerpen.

Behaviorisme

Deze traditionele stroming kwam op aan het begin van de twintigste eeuw. Onder anderen Watson en Skinner richtten zich op observeerbaar gedrag en op de relatie tussen prikkels, reacties, consequenties en bekrachtiging. Interne mentale processen werden daarbij methodologisch als een black box behandeld: niet omdat het hoofd simpelweg met kennis gevuld zou moeten worden, maar omdat processen die niet rechtstreeks waarneembaar zijn buiten de kern van deze benadering vielen. Oefenen, feedback en bekrachtiging kunnen vanuit dit perspectief helpen om gewenst gedrag of een handeling op te bouwen. Bekende vertegenwoordigers in het onderwijs waren bijvoorbeeld Ralph Tyler en Hilda Taba.

Een onderwijspraktijk kan behavioristische elementen bevatten wanneer leerstof stap voor stap wordt opgebouwd, gedrag direct wordt bekrachtigd of een vaardigheid veelvuldig wordt geoefend. Denk aan onderdelen van mastery learning, maar ook aan belonen of corrigeren op basis van zichtbaar gedrag. Zulke praktijken staan in een echte les vrijwel nooit op zichzelf: ook aandacht, voorkennis, betekenisgeving en interactie spelen mee.

Cognitivisme

Het cognitivisme richt zich juist op wat er binnen de lerende gebeurt. In de loop van de twintigste eeuw kwam er steeds meer onderzoek naar interne mentale processen, zoals aandacht, waarneming, denken, geheugen en probleemoplossen. Vragen zijn bijvoorbeeld: hoe organiseren we kennis, hoe slaan we informatie op en hoe halen we die weer naar voren? Begrippen als werkgeheugen, langetermijngeheugen en procedurele en semantische kennis sluiten hierbij aan. Het werk van onder anderen Jean Piaget en Benjamin Bloom wordt vaak met deze ontwikkeling verbonden.

Evidence-informed lesgeven is niet hetzelfde als cognitivisme, maar bevat vaak inzichten uit cognitieve psychologie en cognitiewetenschap. Denk aan leerstrategieën zoals retrieval practice en interleaved practice, aan voortbouwen op voorkennis en aan het actief verwerken van de leerstof. In de toepassing worden deze inzichten doorgaans gecombineerd met didactische en pedagogische afwegingen uit andere perspectieven.

Constructivisme

Vanaf de jaren zestig kwam er meer aandacht voor leren als een actief proces van betekenis geven. Lerenden verbinden nieuwe informatie aan wat zij al weten en bouwen zo kennis op. In sociaal-constructivistische uitwerkingen spelen interactie, taal, cultuur en samenwerking een belangrijke rol. Reflectie en metacognitie kunnen daarbij helpen. Bekende denkers die met deze stroming worden verbonden zijn Lev Vygotsky, Maria Montessori en John Dewey.

Formatief handelen en programmatisch toetsen zijn geen rechtstreekse uitwerkingen van één leertheorie. Ze kunnen wel constructivistische elementen bevatten, bijvoorbeeld wanneer lerenden actief betekenis geven aan feedback, reflecteren en samen leren. Dat geldt ook voor projectgestuurd leren en onderzoekend leren. Tegelijk bevatten zulke aanpakken vaak ook cognitieve, behavioristische en pedagogische elementen.

Constructionisme

Het constructionisme wordt vaak gezien als een uitwerking van het constructivisme en geldt niet overal als een zelfstandige leertheorie. In 1980 schreef Seymour Papert het boek Mindstorms: Children, Computers and Powerful Ideas. Hij bouwde voort op ideeën van Piaget en benadrukte dat kennisconstructie krachtig kan worden wanneer lerenden iets betekenisvols maken dat zij kunnen delen en bespreken.

Tegenwoordig krijgt deze stroming steeds meer aandacht en aanhangers. Het concept van Maakonderwijs (Maker Education) is bijvoorbeeld gebouwd op het gedachtegoed van Papert, waarbij leerlingen dingen maken en daarbij nieuwe kennis opdoen. Vaak gebeurt dit ook in projectvorm waarbij samengewerkt moet worden. Het gebruik van computers maakt daarbij dat leerlingen op veel verschillende manieren kunnen maken en leren.

Connectivisme

Het connectivisme, dat George Siemens in 2005 uitwerkte, legt de nadruk op leren in netwerken. Kennis is veranderlijk en deels verspreid over mensen, informatiebronnen en digitale systemen. Leren gaat vanuit dit perspectief ook over verbindingen leggen, relevante bronnen vinden, informatie beoordelen en bestaande kennis bijstellen. Of connectivisme een zelfstandige leertheorie is, wordt verschillend beoordeeld. Het kan in ieder geval worden gebruikt als perspectief op leren in een digitale, verbonden wereld.

Het connectivisme is vooral terug te zien in de manier waarop leerlingen buiten school leren. Door verschillende netwerken te gebruiken als YouTube, Wikipedia, en sociale netwerken te gebruiken leren leerlingen ontzettend veel. De taak van de docent is dan vooral om dit leren te begeleiden, en de leerling kritisch te leren kijken naar de informatie die gedeeld wordt.

Verder aan de slag

Begin bij een gedeelde visie op leren.
Met de VisieKit ontwikkel je met je team een gezamenlijke taal en vertaal je inzichten over leren naar heldere ontwerpprincipes voor jullie onderwijs.

image_pdfDownload artikel

18 thoughts on “Deze leertheorieën moet je kennen

  1. Mooi overzicht! Waar vallen zaken als bandura sociaal leren onder in deze beschrijving? Ik ben zelf een beetje de weg kwijt met alle concepten als HILL en dan weer wijze lessen van Kirsner ea. Zijn dit ook leertheorieen? Groet Erik

    1. Hoi Erik,

      Je haalt hier meteen een mooie aan met Sociaal leren van Bandura! Zoals wikipedia ook zegt: “De theorie is niet eenduidig te situeren. De benaming verwijst naar zowel het behavioristische als cognitivistische referentiekader.”

      Hill en 4C/iD (van Kirschner) zijn geen leertheorieën. Dit zijn instructiemodellen, waar wel vaak een bepaalde leertheorie of visie achter zit.

      1. Dank voor je reactie Michiel! Ik denk dat ik snap wat het verschil is tussen leertheorie en instructie model maar als je keer kunt uitleggen zou me helpen.

        Twee: kun je wel zeggen dat bv een HILL model gebaseerd is op een leertheorie? En in dit geval gok ik op een constructivistische?

        Ik hou me vanuit training bezig met leren/tranfer/retentie/ motorisch leren…
        Zie als je wil mijn blog op https://www.train-de-trainer.org/2021/01/trainen-en-het-werk-geheugen/

  2. Wat ik jammer vind, is dat mensen altijd geneigd zijn om een van de theorieën als ‘de waarheid’ te zien, en daarmee de deur dicht te gooien voor andere theorieën. Als theorieën dogma’s worden, delft de leerling het onderspit. Want wie zegt mij dat alle leerlingen volgens dezelfde theorie leren? Flexibiliteit is uiteindelijk de gulden snede.

    1. Volledig mee eens, Marlies! Het het is zonde als het meer stramien van visie wordt (wat je bij evidence-informed leren nog wel eens ziet…). Continu afwegen wat het beste bij jou én je leerlingen past.

      1. Wanneer ik lees “Wie zegt mij dat alles leerlingen volgens dezelfde theorie leren?”, doemt daar in de verte de slagschaduw van de vermaledijde leerstijlen toch op…
        Op het eerste zicht lijkt mij dat wat op ging voor leerstijlen, mogelijk ook opgaat voor het hanteren van deze leertheoriën? Het kan goed zijn dat iemand een voorkeur heeft voor een bepaalde aanpak (leerstijl of in dit geval: benadering volgens bepaalde theorie), maar hoe je je leerstof overbrengt, moet vooral gebaseerd zijn op die werkvorm die het beste in staat is om het beoogde leerdoel te bereiken (en dat verschilt niet per individu, ondanks persoonlijke voorkeur).
        Al deze theorieën brengen interessante inzichten en werken de verschillende aanpakken verder uit, waar we enkel ons voordeel mee kunnen doen, maar leren is ongetwijfeld al deze zaken. Alleen bepaalde aspecten zijn in een bepaalde context of met een bepaald pedagogisch doel voor ogen, beter geschikt dan andere?
        Of sla ik hier de bal mis en de dingen door elkaar?

  3. Ik vind vernieuwenderwijs een goed en interessant project, maar, met alle respect, dit is een erg warrig stuk waarin je nogal wat zaken door elkaar haalt. Eerst nog eens goed overlezen wat je hebt geschreven (kun je meteen de taalfouten eruit halen, daar zijn er nogal wat van van), herschrijven en dan pas publiceren. Dat lijkt me verstandig.

  4. Om de Franse taal aan, wordt volgens mji voor het aanleren van Grammaire en Vocabulaire nog steeds veel beroep gedaan op behaviourisme en cognitivisme. Door de leerlingen zo veel mogelijk zelf al te laten spreken en ook al korte spreekbeurten te laten voorbereiden, leren ze ook al door deze voor te bereiden, door deze te maken, en dat is al een stuk constructionisme. De leerlingen worden ook aangeleerd om in het Frans Youtube, sociale media en Wikipedia te consulteren en er wordt hen aangeleerd zeer kritisch om te gaan met de informatie die gedeeld wordt.

  5. Het hangt echt af van het type student, de leerstijl van de student en ook de inhoud van het vakgebied welke leertheorie het best toegepast kan worden. Wat de meest onlogische keuze is, is om echt een keuze te maken voor een theorie en daar je hele onderwijs op in te richten. Wat wel belangrijk is, is dat de docent kan spelen met de verschillende theorieen en de lesinhoud zo in te richten dat je kunt voldoen aan de verschillende leervragen van studenten.

  6. Oei… Montessorie….. Maria zou zich omdraaien in haar graf 😉
    Wel zo netjes om dit aan te passen, aangezien studenten deze site vaak gebruiken als bron.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze leertheorieën moet je kennen
0:00
Deze leertheorieën moet je kennen
Vernieuwenderwijs.nl
0:00 0:00
Deel dit artikel
Link gekopieerd! ✓