Bij veel scholen en opleidingen staat professionalisering op de agenda. Teams volgen studiedagen, er worden inspiratiesessies georganiseerd, en expertisegroepen komen samen om aan onderwijsverbetering te werken. Toch blijft de impact hiervan in de dagelijkse praktijk vaak beperkt. Het enthousiasme van de studiedag verdwijnt snel in de waan van de dag, en veel goede voornemens stranden in de hectiek van het schooljaar. En daarbij vergeten we vaak dat we deze processen moeten volgen en evalueren. De vraag is dan: ‘hoe organiseer je professioneel leren zodanig dat het echt iets verandert in hoe docenten denken, handelen en in hun gewoontes?’
Wat is leren?
Leren is een alledaags begrip, maar blijkt toch behoorlijk complex. Volgens Katz & Dack (2013) is leren een permanente verandering van kennis en gedrag. Dat betekent dat je iets nieuws niet alleen begrijpt, maar ook daadwerkelijk anders gaat doen. In het model van Furst (2019) wordt leren voorgesteld als een proces van vier fasen: onthouden, begrijpen, gebruiken en eigen maken. Pas in die laatste fase spreek je van diepgaand leren: de nieuwe kennis wordt geïntegreerd en kun je gebruiken in verschillende situaties.

Gedrag
Echter, we veranderen ons gedrag niet graag. Gedrag, gewoontes zijn hardnekkig. We zijn zelfs prima in staat om ‘te doen alsof’ waar het een ontwikkeling aangaat (Kahneman, 2011). Helemaal als we niet begrijpen of zijn meegenomen in het ‘waarom deze ontwikkeling’. Een duidelijke visie, zorgvuldig gekozen doelen, een goed plan ondersteunen, de bereidheid om te veranderen en te leren voor deze verandering is enorm belangrijk. Hoe komt het dat we de dingen zo graag bij het oude houden?
Diepgaand leren gaat niet vanzelf. Kahneman (2011) onderscheidt twee denkmodi: Systeem 1 en Systeem 2. Systeem 1 is snel, automatisch en moeiteloos, onze dagelijkse ‘autopiloot’. Systeem 2 is traag, bewust en kost energie, het systeem dat nodig is voor verandering. Omdat ons brein energie wil besparen, vallen we van nature terug op routines. En dat maakt veranderen lastig.

Leerhindernis
Daar komt nog bij dat we ons vaak verkijken op hoe leerprocessen verlopen. Betrokkenheid, plezier en activiteit zijn geen garantie voor leren. De Bruyckere et al. (2015) waarschuwt voor de ‘leerhindernis’: goed bezig zijn is niet hetzelfde als iets bijleren. Daarnaast is er ook de ‘vloek van kennis’, waarbij experts vergeten hoe moeilijk het was om iets nieuws te leren, waardoor zij onbewust te snel gaan voor beginners. Ook vooroordelen zijn een leerhindernis. In plaats van een aanname te onderzoeken zal de docent zich eerder richten op ‘bewijs’ waarmee het vooroordeel wordt bevestigd: ‘Zie je wel’. Als we dus echt willen dat professionalisering effect heeft, moeten we verder kijken dan betrokkenheid of enthousiasme alleen. We moeten begrijpen wat er nodig is om tot een echte, blijvende verandering te komen.
Wat is dan professioneel leren?
Professioneel leren is leren met het oog op beter handelen in het werk. Het gaat dus niet alleen om het vergaren van kennis, maar vooral om gedragsverandering in de context van onderwijs. Dit proces kan beschreven worden als een route in drie stappen: eerst verandert de kennis, dan het handelen, en uiteindelijk, na herhaling en toepassing, worden deze veranderingen een gewoonte en maken docenten het zich eigen (Clear, 2018; McCrea, 2020). Pas dan is leren diepgaand verankerd.

Professioneel leren vraagt dus om een ontwerp dat deze lagen aanspreekt. Het moet mensen informeren, activeren en ondersteunen bij het veranderen van hun praktijk. En dat betekent dat één inspirerende sessie niet voldoende is. Professioneel leren is een traject, geen eenmalig moment. Het vereist tijd, herhaling, begeleiding en reflectie.
Hoe organiseer je professioneel leren?
Uit onderzoek blijkt dat effectieve professionalisering bestaat uit meerdere samenhangende elementen. Dylan Wiliam (2016) stelt dat focus cruciaal is. Een gedeelde visie en taal zorgen ervoor dat docenten weten waarom ze iets leren, wat ze moeten leren en hoe ze dat kunnen toepassen. Het gaat dan om de kracht van de ‘why’ (Sinek, 2009).
Daarnaast is een cultuur van leren heel belangrijk. Er moeten duidelijke verwachtingen zijn over het leren van docenten, net zoals we die hebben van leerlingen. Leren moet zichtbaar en bespreekbaar zijn in de schoolorganisatie. Dit vraagt ook om een omgeving waarin fouten maken mag, en waarin collega’s elkaar helpen en ondersteunen (William, 2016).
Het is van belang om een omgeving te creëren waarin leren logisch, haalbaar en betekenisvol is. De rol van schoolleiders is hierbij heel belangrijk. Het vraagt namelijk om een cultuur waarin leren wordt gewaardeerd, en waarin ruimte is voor oefenen, vragen stellen en bijstellen. Professioneel leren vraagt meer dan goede bedoelingen. Het vraagt om doordachte organisatie, sterke voorbeelden en tijd. Alleen dan wordt leren geen uitzondering, maar een gewoonte.
Van intentie naar gewoonte: praktische tips
Een ontwerp aan de voorkant is dus enorm belangrijk. Hiervoor kan ‘backwards design’ gebruikt worden. Begin eens met de vraag: wat willen wij aan het eind van het schooljaar zien bij het team? Formuleer vervolgens de tussenstappen die daarvoor nodig zijn voor jouw team, net zoals je dat voor je leerlingen zou doen (Wiggins et al., 1998).
Praktisch kan er gedacht worden aan learning walks, drop-ins, intervisie en instructional coaching, maar ook oefenen in realistische contexten, met directe feedback en ruimte voor herhaling. Reflectie, bijvoorbeeld het bijhouden van de ontwikkeling in teamgesprekken, helpt daarbij om inzicht te krijgen in de voortgang en om docenten bewust na te laten denken over hun verdere ontwikkeling en daarbij welke vervolgstappen te nemen (Sims et al., 2022). Ook het bijhouden van logboeken of het inzetten van leervragenlijsten helpt om het leerproces te volgen (Thalheimer, 2022). Creëer daarbij oefenruimte: zorg als school voor begeleiding tijdens het leren, niet alleen een beoordeling achteraf. Het gaat niet alleen om de activiteit, maar juist om de gehele ontwikkeling.
Conclusie
Professioneel leren vraagt meer dan alleen een inspirerende bijeenkomst. Het gaat om een duidelijke opbouw, goede begeleiding en genoeg ruimte voor oefening en reflectie. Als je investeert in een traject waarin kennis leidt tot ander gedrag, en dat gedrag door herhaling een gewoonte wordt, ontstaat er echte beweging, iets dat blijft hangen. Dan wordt professionalisering geen los moment, maar een onderdeel van het dagelijks werk van docenten.
De Bruyckere, P., Kirschner, P. A., & Hulshof, C. D. (2015). Juffen zijn toffer dan meesters: 35 mythes over leren en onderwijs. LannooCampus.
Clear, J. (2018). Atomic habits: An easy & proven way to build good habits & break bad ones. Avery.
Wiliam, D. (2016). Leadership for teacher learning: Creating a culture where all teachers improve so that all students succeed. Learning Sciences International.
Kahneman, D. (2011). Thinking, fast and slow. Farrar, Straus and Giroux.
Katz, S., & Dack, L. A. (2013). Intentional Interruption: Breaking Down Learning Barriers to Transform Professional Practice. Corwin Press.
McCrea, P. (2020). Learning as behaviour: Understanding and applying functional contextualism in schools. John Catt Educational.
Mens, M. (2020). Bananenschillen op school: Hoe voorkom je als onderwijsprofessional uitglijders in je denken? Uitgeverij Pica.
Sims, S., Fletcher-Wood, H., & Oates, T. (2022). A blueprint for teacher professional development: Guidance from the EEF, researchED and beyond.
Sinek, S. (2009). Start with why: How great leaders inspire everyone to take action. Portfolio.
Thalheimer, W. (2022). The learning-transfer evaluation model: A practical guide for evaluating learning effectiveness. Work-Learning Research Inc.
Wiggins, Grant, and McTighe, Jay. (1998). Backward Design. In Understanding by Design (pp. 13-34). ASCD.

Dag Lotte,
Dank voor je artikel Professioneel leren. We zijn sinds een jaar gestart met een Profesionele leergemeenschap op een kleine school (500ll). Het artikel onderschrijft waar we mee bezig zijn en maakt duidelijk dat het een proces van lange adem is. We zitten nu in een moeilijke fase, waarin het lastig is om collega’s (en leidinggevenden) te overtuigen van nog uitblijvende resultaten. Dan is verduidelijking van het proces heel erg veel belangrijk.
Peter Beek
Dag Peter, dank voor je reactie. Wat mooi dat jullie met een professionele leergemeenschap werken! Je beschrijft een herkenbare fase: het kost tijd om ontwikkeling zichtbaar te maken en collega’s daarin mee te krijgen. Juist dan helpt het om het proces en de opbrengsten klein maar concreet te blijven benoemen.