3 valkuilen bij het leren (en hoe je ze kunt voorkomen)

Vraag je je wel eens af waarom leerlingen of studenten zo hard blokken, maar toch niet scoren op toetsen? Of waarom ze blijven samenvatten, terwijl het weinig lijkt op te leveren? Veel leerlingen en studenten maken onbewust keuzes die het leren juist in de weg staan. In dit artikel ontdek je waarom dat zo is, hoe leren eigenlijk werkt in het brein, en welke drie veelgebruikte strategieën verrassend ineffectief zijn. Maar vooral: wat jij kunt doen om beter te helpen leren leren.

Leren

Wat is leren? Bekende definities zijn ‘Een verandering in je langetermijngeheugen’ (Kirschner, 2018) en ‘het verwerven van nieuwe (of veranderen van al aanwezige) kennis, gedrag, vaardigheden, waarden of voorkeuren’ (Gross, 2012). Dat gebeurt niet automatisch: ons brein is geen harde schijf waarop je informatie gewoonweg ‘opslaat’.

Leren is veelzijdig

In plaats daarvan draait leren om het actief opbouwen van verbindingen tussen neuronen: informatie komt het (sensorische en daarna) werkgeheugen binnen en wordt door actieve verwerking opgeslagen in het langetermijngeheugen. Daar breiden de zogenoemde ‘kennisschema’s’ zich uit: ze worden rijker en onderlinge verbanden worden gelegd. Hoe vaker en dieper je met informatie bezig bent, hoe sterker die verbindingen worden (Bjork & Bjork, 2011). Op dat proces zijn veel factoren van invloed, zoals motivatiede context en voorkennis, maar ook emotie. Leren is dan ook erg complex en veelzijdig. In dit artikel ligt de nadruk op decognitieve kant van leren.

Leren doet pijn

Echt leren is mentaal gezien hard werken. Je moet actief nadenken, fouten durven maken, en jezelf soms confronteren met wat je nog niet weet. Dat voelt oncomfortabel. Daarom kiezen veel leerlingen – vaak onbewust – voor strategieën die prettig aanvoelen, maar niet leiden tot diep leren. Dit noemen we ook wel gemaksstrategieën (convenience Strategies).

Onderzoek laat zien dat deze strategieën wijdverspreid zijn, maar weinig opleveren (zie o.a. Dunlosky et al., 2013). Hieronder bespreken we drie bekende valkuilen – en laten we zien wat ze met elkaar gemeen hebben,

1. Samenvatten

Samenvatten is een van de meest gebruikte leerstrategieën onder leerlingen en studenten. Ze vatten teksten samen in eigen woorden, vaak met het idee dat ze zo actief met de stof bezig zijn. In theorie klinkt dat als een goede aanpak, maar in de praktijk blijkt het effect op het leerresultaat meestal beperkt. Dat komt doordat samenvatten vaak verandert in overschrijven: zinnen of stukken tekst worden overgenomen zonder er echt over na te denken. Het wordt snel gericht op het maken van een mooi, kloppend verhaal, in plaats van te focussen op het leren zelf. Bovendien kan een goed ogende samenvatting een vals gevoel van beheersing geven. Leerlingen en studenten hebben het idee dat ze de stof begrijpen, terwijl ze die nauwelijks diep hebben verwerkt.

Samenvatten kan wel effectief zijn als het inhoudelijk sterk is en gepaard gaat met kritisch nadenken over de kern van de stof. Maar dat vraagt begeleiding, oefening en feedback, iets wat in de praktijk vaak ontbreekt.

2. Opnieuw lezen

Een andere veelvoorkomende strategie is het opnieuw lezen van de leerstof. Leerlingen en studenten bladeren herhaaldelijk door hun boek of aantekeningen in de hoop dat de informatie blijft hangen. Het voelt vertrouwd en veilig: hoe vaker je iets leest, hoe beter je het toch zult onthouden? Helaas is dat een misvatting. Herlezen leidt meestal tot oppervlakkige herkenning, niet tot diep begrip of duurzame kennis. Je brein hoeft er weinig moeite voor te doen, waardoor je niet actief leert. Bovendien geeft herlezen vaak het gevoel dat je de stof beheerst, simpelweg omdat je het herkent. Maar herkenning is iets anders dan kunnen toepassen of uitleggen.

Pas wanneer leerlingen en studenten zonder boek proberen om de inhoud terug te halen of toe te passen in een andere context, blijkt of ze het echt snappen. Juist dat actief terughalen is essentieel voor goed leren, en dat wordt nauwelijks getraind met het herlezen alleen.

3. Markeren

Markeren is misschien wel de meest passieve strategie die toch als ‘actief’ wordt ervaren. Leerlingen en studenten voorzien hun boeken en aantekeningen enthousiast van felgekleurde markeringen, in de hoop dat de belangrijke informatie daardoor beter blijft hangen. In werkelijkheid blijkt dat markeren nauwelijks bijdraagt aan het onthouden of begrijpen van de stof. Vaak wordt bijna alles gemarkeerd, zonder dat er een bewuste selectie plaatsvindt. Daardoor verliest de markering zijn waarde en wordt het een cosmetische handeling. Bovendien denken leerlingen dat gemarkeerde tekst automatisch belangrijk is en beter zal blijven hangen, maar dat gebeurt alleen als ze die informatie daarna actief verwerken.

Markeren is pas nuttig als het dient als startpunt voor verdere verwerking, bijvoorbeeld door jezelf vragen te stellen bij de gemarkeerde stukken of door verbanden te leggen met andere kennis. Zonder die vervolgstap blijft markeren een schijnactiviteit.

Illusion of Fluency

Oppervlakkige leerstrategieën zoals herlezen, samenvatten en markeren geven vaak een vals gevoel van beheersing, wat onderzoekers de illusion of fluency noemen. Doordat de informatie bekend voorkomt of vlot leest, denken leerlingen al snel: “Dit ken ik wel.” Maar herkenning is geen begrip, en vloeiendheid zegt weinig over wat echt is blijven hangen. Juist bij passieve strategieën overschatten leerlingen hun kennis structureel (Karpicke, Butler, & Roediger, 2009). Het gevolg is dat ze zich goed voorbereid voelen, terwijl dat in werkelijkheid tegenvalt. Door deze illusie bespreekbaar te maken en leerlingen te laten ervaren wat wel werkt – zoals actief terughalen en spreiden – help je hen effectiever te leren en realistischer naar hun eigen leerproces te kijken.

Helpen met leren leren

Hoe kun je leerlingen en studenten helpen om wél effectief te leren? Vaak hebben leerlingen en studenten het leren leren niet goed geleerd. Ze herhalen wat vertrouwd voelt of wat anderen doen, zonder te weten of het effectief is. Als docent kun je hierin een cruciale rol spelen. Niet alleen door leerstof aan te bieden, maar ook door met leerlingen en studenten te verkennen hoe ze die stof het beste kunnen verwerken en onthouden. Dat vraagt om meer dan een eenmalige uitleg. Leren leren is een proces waarin leerlingen tijd en ruimte nodig hebben om strategieën uit te proberen, fouten te maken en te ontdekken wat voor hen werkt.

🎙️ Podcast – De Wijsneuzen

Luister ook onze podcast over leren leren:

Dit betekent dat we als school en als team actief moeten inzetten op metacognitie: leerlingen leren nadenken over hun eigen leerproces. Daarbij is het belangrijk dat we effectieve leerstrategieën modelleren, zichtbaar maken en laten oefenen. Bijvoorbeeld door hardop denkend een begrip uit te leggen, samen terugblikvragen te beantwoorden of feedback te geven op hoe iemand zijn leerproces aanpakt – niet alleen wat hij leert, maar ook hoe. Zo kunnen leerlingen en studenten zich ontwikkelen tot zelfstandige, bewuste lerenden die verder komen dan trucjes en overlevingsstrategieën.

Concreet kun je daarbij het volgende doen:

1. Bespreek regelmatig hoe leren werkt

Leerlingen denken vaak niet vanzelf na over hoe ze leren – ze doen wat ze gewend zijn. Door expliciet de tijd te nemen om stil te staan bij leerstrategieën, geef je het signaal af dat leren geen black box is, maar iets waar je grip op kunt krijgen. Een paar minuten uitleg over bijvoorbeeld retrieval practice of spreiding kan al veel verschil maken. Koppel het bij voorkeur direct aan de leerstof, zodat leerlingen de strategie ook meteen kunnen toepassen.

2. Laat leerlingen zelf reflecteren op hun aanpak

Metacognitie – nadenken over je eigen leerproces – is een krachtige voorspeller van leerresultaten. Je kunt leerlingen stimuleren hier bewust mee om te gaan door regelmatig korte reflectiemomenten in te bouwen. Denk aan een simpele vraag aan het eind van de les: “Wat heb je vandaag geleerd, en hoe weet je dat?” Of laat leerlingen bij een toetsvoorbereiding kort terugblikken op hun leerstrategie. Zo help je ze inzicht te krijgen in wat wel en niet werkt voor henzelf.

3. Gebruik formatief handelen als vast onderdeel van je les,

Actief ophalen van kennis is een van de krachtigste manieren om iets te leren. Door regelmatig korte quizjes, inloopopdracht of exit tickets te gebruiken train je leerlingen en studenten hierin (zonder dat er meteen een cijfer aan hangt). Ze leren de stof beter én krijgen zicht op wat ze nog niet goed beheersen. Belangrijk is dat je de uitkomsten vooral gebruikt om feedback te geven en niet om te beoordelen. Zo wordt toetsen een onderdeel van het leerproces zelf.

4. Werk samen met collega’s

Als elke docent zijn eigen adviezen geeft over leren, raken leerlingen al snel in de war. De ene zegt “maak een samenvatting”, de ander “doe oefenvragen”. Wie moeten ze volgen? Door als team afspraken te maken over effectieve leerstrategieën en daar samen consequent op in te zetten, bied je duidelijkheid en structuur. Denk bijvoorbeeld aan een gezamenlijke aanpak bij toetsvoorbereiding of een gedeelde introductie over ‘leren leren’ in de brugklas. Samen sta je sterker en leren leerlingen en studenten beter.

5. Maak gebruik van inspiratie, zoals leer.tips

Je hoeft het wiel niet zelf uit te vinden – er zijn al veel goede bronnen beschikbaar over effectief leren. Platforms zoals leer.tips bieden praktische uitleg, werkvormen en voorbeelden die je direct in je lessen kunt gebruiken. Het kan ook helpen om samen met collega’s één bron als uitgangspunt te nemen, zodat je dezelfde taal spreekt. Door regelmatig iets nieuws uit te proberen of samen te bespreken, houd je het thema ‘leren leren’ levendig en relevant – voor jezelf én voor je leerlingen.

Hopelijk helpen deze tips bij het ondersteunen van je leerlingen en studenten bij hun leerproces.

Succes!

Literatuur

Bjork, R. A., & Bjork, E. L. (2011). Making things hard on yourself, but in a good way: Creating desirable difficulties to enhance learning. In M. A. Gernsbacher, R. W. Pew, L. M. Hough, & J. R. Pomerantz (Eds.), Psychology and the real world: Essays illustrating fundamental contributions to society (pp. 56–64). Worth Publishers.

Dunlosky, J., Rawson, K. A., Marsh, E. J., Nathan, M. J., & Willingham, D. T. (2013). Improving students’ learning with effective learning techniques: Promising directions from cognitive and educational psychology. Psychological Science in the Public Interest, 14(1), 4–58. https://doi.org/10.1177/1529100612453266

Gross, R. (2012). Psychology: The science of mind and behaviour (6th ed.). Hodder Education.

Karpicke, J. D., Butler, A. C., & Roediger, H. L. (2009). Metacognitive strategies in student learning: Do students practise retrieval when they study on their own? Memory, 17(4), 471–479. https://doi.org/10.1080/09658210802647009

Karpicke, J. D., & Blunt, J. R. (2011). Retrieval practice produces more learning than elaborative studying with concept mapping. Science, 331(6018), 772–775. https://doi.org/10.1126/science.1199327

Kirschner, P. A. (2018). Stop propagating the learning styles myth. Computers & Education, 106, 180–190. https://doi.org/10.1016/j.compedu.2016.12.006

image_pdfDownload artikel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *