Eén werkvorm, meerdere manieren

Één werkvorm kun je op veel verschillende manieren gebruiken. Hoe vaak doe jij dat? In veel lessen kiezen we een werkvorm, passen die toe en gaan door naar het volgende onderdeel. Maar bij elke werkvorm is een speelveld vol mogelijkheden. Daarom is het zinvol een werkvorm kleiner te maken voor een voorzichtige start, of juist uit te breiden tot een uitdagende groepsopdracht. Een werkvorm kun je zo aanpassen dat het aansluit bij de groep, beschikbare tijd of bij de leerdoelen die je wilt bereiken. Door in je lesvoorbereiding hier goed over na te denken, haal je de werkvorm van de automatische piloot en creëer je een passende en waardevolle leeractiviteit. In dit artikel enkele voorbeelden.

Variëren met werkvormen

Door stap voor stap tijdens een of meerdere lessen een werkvorm uit te breiden, bied je leerlingen en studenten de kans om te groeien in zowel de werkvorm en de stof, als hun betrokkenheid en zelfvertrouwen. Bovendien biedt het spelen met een werkvorm de kans om de werkvorm telkens op een nieuwe en/of verdiepende manier in te zetten. In dit artikel worden twee voorbeelden gegeven aan de hand van de werkvorm ‘Vergelijkend beoordelen’ en ‘De feedbackladder’. Je kunt bij werkvormen bijvoorbeeld variëren in groepsgrootte (zie voorbeeld werkvorm 1): een werkvorm individueel, in tweetallen of in kleine groepjes laten uitvoeren (Gillies, 2016). Daarnaast kun je ook de mate van zelfstandigheid verhogen (zie de voorbeelden bij werkvorm 2) door eerst veel begeleiding te geven en daarna deze begeleiding steeds verder af te bouwen, zodat leerlingen of studenten het voortouw nemen (Fisher & Frey, 2014). 

Voorbeeld werkvorm 1: Vergelijkend beoordelen

Met de werkvorm vergelijkend beoordelen ontwikkel je niet alleen kwaliteitsbesef bij leerlingen en studenten, maar kun je de werkvorm ook strategisch inzetten met verschillende groepsformaties (Pollitt, 2012; Bramley, 2015). Bij vergelijkend beoordelen vergelijken leerlingen en studenten paren van producten met elkaar, waarbij zij steeds het beste kiezen aan de hand van criteria of checken welk criterium het beste terug te zien is, bij werk A of B.

  • Individueel: Leerlingen of studenten maken zelfstandig een keuze en onderbouwen deze. Dit bevordert zelfreflectie en evaluatieve vaardigheden.
  • In tweetallen: Leerlingen of studenten overleggen en beargumenteren samen hun voorkeur. Doordat er maar twee personen zijn, kan niemand zich onttrekken aan het gesprek en wordt iedereen actief betrokken. Dit versterkt zowel argumentatie- als feedbackvaardigheden (Lou, Abrami, & d’Apollonia, 2001; Van Daal et al., 2019).
  • In kleine groepjes: Groepsleden bespreken hun keuzes collectief en komen tot consensus. Dit vraagt niet alleen om het delen van argumenten, maar ook om het wegen van verschillende perspectieven en het gesprek aangaan over een gezamenlijk oordeel. Zo leren leerlingen en studenten omgaan met verschillen van inzicht en verdiepen zij hun begrip van kwaliteitsverschillen (Johnson, Johnson, & Smith, 2014).
Figuur 1: Werkvorm Vergelijkend beoordelen.

Voorbeeld werkvorm 2: De feedbackladder

Ga je aan de slag met peerfeedback? Dan kan het inzetten van ‘De feedbackladder’ helpen om de leerlingen en studenten te begeleiden in het geven van feedback aan elkaar. Hierdoor leren de leerlingen en studenten niet alleen om feedback te geven, maar ook om feedback te ontvangen en te benutten om hun eigen werk te verbeteren (Carless & Boud, 2018). Door de begeleiding stapsgewijs af te bouwen, ontwikkel je hun zelfstandigheid en feedbackvaardigheden. Hierdoor sluit je ook aan bij het principe van scaffolding, waarbij je tijdelijke ondersteuning biedt die je geleidelijk afbouwt naarmate de leerlingen en studenten competenter worden. Er zijn verschillende manieren om in begeleiding te variëren (Nicol & Macfarlane-Dick, 2006):

  • Hoge begeleiding: de docent doet de feedback voor (bijvoorbeeld de eerste twee stappen van de feedbackladder hardop). Zo wordt duidelijk wat goede feedback is en hoe leerlingen of studenten dit zelf kunnen toepassen bij bijvoorbeeld stap drie. 
  • Gerichte focus: laat leerlingen of studenten zich eerst concentreren op één onderdeel, zodat de taak behapbaar blijft.
  • Afgebouwde begeleiding: laat leerlingen of studenten uiteindelijk zelfstandig het gehele feedbackformulier invullen. Zo stimuleer je eigenaarschap en een kritische houding ten opzichte van kwaliteit.
Figuur 2: Werkvorm De feedbackladder.
Download werkbladen
Voorbeeldzinnen

Ook de voorbeeldzinnen zijn een vorm van begeleiding bij ‘De feedbackladder’. Daarom kun je ook hierin variëren. 

  • Docent-gestuurd: bied als docent voorbeeldzinnen aan, zoals te zien op het format die leerlingen en studenten kunnen gebruiken.
  • Gedeelde sturing: bespreek klassikaal met leerlingen of studenten welke zinnen effectief zijn per onderdeel in ‘De feedbackladder’.
  • Leerling-gestuurd/student-gestuurd: laat leerlingen en studenten zelf feedbackzinnen bedenken per onderdeel.

Meer werkvormen

Naast deze twee voorbeelden zijn er natuurlijk nog veel meer werkvormen die je kunt inzetten. Op onze website leer.tips vind je een uitgebreide verzameling van werkvormen, inclusief beschrijvingen, voorbeelden en tips om ze in te zetten. Zo kun je eenvoudig nieuwe ideeën opdoen, werkvormen vergelijken en kiezen wat het beste past bij jouw onderwijspraktijk. 

Bovendien hebben we diverse artikelen geschreven over verschillende werkvormen, zoals: Denken-delen-uitwisselen, groepsgewijze feedback, genummerde hoofden, en nog veel meer.

Figuur 3: Onze kennisbank Leer.tips.

Conclusie

Het bewust variëren van een werkvorm vraagt om doordachte keuzes aan de voorkant van je lesontwerp. Door vooraf te bepalen met welk doel je een werkvorm wilt inzetten, kun je gericht kiezen voor een bepaalde variatie in bijvoorbeeld groepsgrootte en mate van begeleiding (William, 2016). Zo zorg je ervoor dat de werkvorm niet slechts een activiteit is, maar een middel dat bijdraagt aan het verdiepen van kennis, het ontwikkelen van vaardigheden en het vergroten van betrokkenheid (Thalheimer, 2022).

Literatuur

Bramley, T. (2015). Comparative judgement. Cambridge Assessment.

Carless, D., & Boud, D. (2018). The development of student feedback literacy: Enabling uptake of feedback.

Fisher, D., & Frey, N. (2014). Better learning through structured teaching: A framework for the gradual release of responsibility. ASCD.

Gillies, R. M. (2016). Cooperative learning: Review of research and practice.

Johnson, D. W., Johnson, R. T., & Smith, K. A. (2014). Cooperative learning: Improving university instruction by basing practice on validated theory.

Lou, Y., Abrami, P. C., & d’Apollonia, S. (2001). Small group and individual learning with technology: A meta-analysis.

Nicol, D. J., & Macfarlane‐Dick, D. (2006). Formative assessment and self‐regulated learning: A model and seven principles of good feedback practice.

Pollitt, A. (2012). Comparative judgement for assessment. International Journal of Technology and Design Education.

Thalheimer, W. (2022). The learning-transfer evaluation model: A practical guide for evaluating learning effectiveness.

Van Daal, T., Lesterhuis, M., Coertjens, L., Donche, V., & De Maeyer, S. (2019). Validiteit van formatieve toepassingen van vergelijkend beoordelen: Een systematische review.

Wiliam, D. (2016). Leadership for teacher learning: Creating a culture where all teachers improve so that all students succeed.

image_pdfDownload artikel

4 thoughts on “Eén werkvorm, meerdere manieren

  1. Hoi Lotte,
    Interessant!
    Ik zou het middelste formulier uit figuur 2 graag gebruiken. Kan jij mij helpen aan dit formulier in goede kwaliteit?

  2. Goedemorgen, het derde werkblad van de feedbackladder komt niet mee met de download, de eerste twee bladen wel. Zou deze toegevoegd kunnen worden?

    1. Dag Esther, dat klopt inderdaad! De derde is een afbeelding en hebben we geen document van. We hebben twee werkbladen gemaakt in een net wat andere vorm om te laten zien wat de mogelijkheden zijn.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *