Zorgvuldig toetsen is een belangrijk onderdeel van het proces van determineren en beslissen. Door informatie uit toetsmomenten te analyseren, te wegen en deze kennis bij elkaar te brengen in de leerlingbespreking, ontstaat er gedurende de brede brugklas een steeds scherper beeld van de leerling. Een doordacht toetsprogramma en zorgvuldig ontworpen toetsinstrumenten, zorgen voor bruikbare informatie over het niveau waarop de leerling werkt en leert. In dit tweede deel staan we tot stil bij de toetsinstrumenten zoals plus-vragen, open vragen om toepassing, analyse en evaluatie te toetsen, praktische toetsen en het toetsen van metacognitieve- en zachte vaardigheden.
Teruglezen deel 1
Met dit tweede artikel over adviezen voor toetsinstrumenten in een brede brugklas geven we een vervolg aan het eerste artikel over dit onderwerp. In deel 1 beschreven we hoe je toetsinstrumenten samenhangen met je toetsprogramma en je leerdoelen. Vervolgens gaven we een aantal adviezen voor het ontwerpen van passende toetsinstrumenten, namelijk coderen, getrapte toetsen en toetsen op tijd. Het is aan te raden dat deel eerst te lezen, alvorens dit deel te lezen.
Plus-vragen
Een toets met één of meer plus-vragen is een variant op het coderen van een toets. Met een plus-vraag toets je binnen een thema of onderwerp hoe leerlingen presteren op een uitbouw van een leerdoel. De toetsvragen geven informatie over hoe leerlingen presteren op het basisniveau en de plus-vragen geven informatie hoe zij presteren op een ander (‘hoger’) niveau. Net zoals bij gecodeerde toetsen maken alle leerlingen alle vragen.

Open vragen om toepassing, analyse en evaluatie te toetsen
Open vragen zijn vragen waarbij leerlingen het antwoord zelf moeten formuleren. Ze kunnen worden ingezet om verschillende vormen van eindgedrag zichtbaar te maken. Binnen het cognitieve domein kun je de onderdelen toepassing, analyse en evaluatie goed toetsen met open vragen. Deze onderdelen worden vaak aangeduid als ‘hogere orde denkvaardigheden’. Waarom wij deze vaardigheden liever niet als ‘hogere orde denkvaardigheden labelen, kun je hier lezen.

De onderdelen, uit de Taxonomie van Bloom, kunnen we op deze manier toelichten:
- Toepassing: het gebruiken van kennis om dit toe te passen in nieuwe situaties.
- Analyse: het verder kunnen kijken dan wat je weet, feiten en de onderlinge relatie analyseren en hier bewijzen bij zoeken.
- Evaluatie: op basis van kennis een mening vormen, waarbij je verschillende meningen en argumenten tegen elkaar kunt afwegen.
Open vragen: de nadelen
Het toetsen van toepassing, analyse en evaluatie kan zinvol zijn als je wilt weten hoe leerlingen presteren op deze onderdelen. Een nadeel is dat open vragen over het algemeen veel tijd kosten. Het opstellen en nakijken is een tijdrovend karwei en voor het beantwoorden van open vragen hebben leerlingen ongeveer tussen de vijf en vijftien minuten nodig. Een overweging kan zijn om in plaats van een klassieke pen-en-papier toets een toetsopdracht te geven (bijvoorbeeld het schrijven van een betoog). Zo kun je ook zicht krijgen op de mate waarin leerlingen de leerstof kunnen toepassen, analyseren en evalueren.
Een ander nadeel van open vragen is dat er de kans bestaat dat bepaalde leerlingen in het nadeel zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan taalzwakke leerlingen. Je kunt dan bij een onvoldoende resultaat niet met zekerheid vaststellen of dit veroorzaakt wordt door de mate van beheersing van het onderdeel of door de taalbeheersing.
Tot slot is het goed om te weten dat een objectieve beoordeling van open vragen niet vanzelfsprekend is. Het proces van beoordelen is een complex en foutgevoelig cognitief proces (Cronbach, 1990). Kennis van beoordelaarseffecten en het inzetten van procedures om deze te minimaliseren is dan ook een pre.
Praktische toetsen
Een praktische toets is een toets die een leerling, net als een theorietoets, individueel en binnen een vooraf bepaalde tijdsduur maakt. Het verschil is dat er extra’s, zoals bepaalde materialen, nodig zijn. Een mondeling valt ook onder een praktische toets.
Het werken met treden in een praktische toets is mogelijk. Het zal afhangen van de prestatie die je wil toetsen of je hier mee kan- en wil gaan werken. Mocht je een praktische toets getrapt maken, dan neem je de treden ook op in de beoordelingscriteria. Een praktische toets is iets anders dan een begeleide activiteit. Een begeleide activiteit, zoals een practicum, heeft een leerfunctie. Daarvoor geldt: voldaan is afgerond. Het resultaat wordt dus niet meegewogen in de beslissing. Tijdens begeleide activiteiten kun je leerlingen observeren. Zo krijg je een inzicht in de beheersing van metacognitieve en zachte vaardigheden. Lees hieronder meer over het toetsen van zachte vaardigheden.
Het toetsen van metacognitieve en zachte vaardigheden
Om een zorgvuldige beslissing te kunnen nemen is het wenselijk om een zo volledig mogelijk beeld van de leerling te vormen. Dit betekent dat je gedurende de brede brugklas niet alleen kijkt naar kwalificatie maar ook naar andere domeinen die het advies ondersteunen. Denk aan vaardigheden zoals het plannen van het eigen leerproces of doorzettingsvermogen.

Het toetsen van metacognitieve en zachte vaardigheden (soft-skills) is een complexe aangelegenheid. Anders dan bij harde vaardigheden, waarbij leerlingen bijvoorbeeld een bepaalde vaktechniek leren uitvoeren, zijn de vaardigheden moeilijker te meten, omdat ze vaak afhangen van hoe iemand zich gedraagt in verschillende situaties.
Voor het toetsen en beoordelen van zachte vaardigheden begin je met het expliciet definiëren van de vaardigheden in termen van observeerbaar gedrag. Bijvoorbeeld:
- Actief luisteren → “De leerling stelt gerichte vragen en vat regelmatig samen wat de ander zegt.”
- Samenwerken → “De leerling draagt actief bij aan groepswerk, stimuleert anderen en lost conflicten constructief op.”
Vervolgens ga je verschillende toetsmethoden combineren. Zo ontstaat er een meer compleet beeld van de leerling.
Mogelijke methoden voor zachte vaardigheden zijn:
- Portfolio’s, waarin leerlingen bewijs verzamelen van hun vaardigheden,
- Observaties (eventueel met behulp van rubrics),
- Reflectieopdrachten en zelfevaluaties,
- Peer-feedback, leerlingen kunnen elkaar feedback geven over soft skills zoals communicatie en samenwerking.

Mogelijke methoden voor metacognitieve vaardigheden zijn:
- Zelfrapportage vragenlijsten (zoals ISelf, de zelfscan van het SLO of vertaalde versies van MSLQ of MAI-Jr),
- Hardopdenkprotocollen, waarbij leerlingen hun denkproces tijdens het oplossen van een taak expliciteren,
- Observaties (eventueel met behulp van rubrics),
- Reflectieverslagen, waarin leerlingen analyseren wat wel en wat niet werkte.
Ook programma’s zoals Leerling in Beeld (VO) en de Jij-toets bieden mogelijkheden om genoemde vaardigheden te toetsen. Let daarbij wel op dat het middel niet het doel wordt. Probeer vaardigheden zo veel mogelijk te integreren in verschillende authentieke leeractiviteiten, zoals projecten, simulaties en stages, zodat leerlingen hieraan kunnen werken.
Zorg tot slot voor een consistente en betrouwbare beoordeling. Naast goed geschreven rubrics is het aan te raden om docenten te trainen om genoemde vaardigheden op een consistente manier te beoordelen. Gebruik waar mogelijk meerdere beoordelaars om subjectiviteit te minimaliseren.
Tot slot
Zoals we in artikel deel 1 schreven zijn doelen op niveau een goed startpunt voor het ontwerpen van toetsinstrumenten in een brede brugklas. Een doordacht toetsprogramma en zorgvuldig ontworpen toetsinstrumenten zorgen voor bruikbare informatie over het niveau waarop de leerling werkt en leert.
We hopen dat we je met deze artikelen op weg hebben geholpen met toetsing in een brede brugklas.
Bronnen
– Kechagias, K. (2011) Teaching and Assessing Soft Skills. MASS. Neapolis
– Sparrow, M. S. (2018) Teaching and Assessing Soft Skills. University of New Hampshire
– Berg, B. (2024) Toetsen met open vragen. Eenmeesterinleren.nl. Geraadpleegd op 8 januari 2025, van https://eenmeesterinleren.nl/toetsvorm-open-vragen/
– Wormeli, R. (2006) Fair Isn’t Always Equal: Assessing & Grading in the Differentiated Classroom. Stenhouse Publishers
– Wilbrink, B. Persoonlijke communicatie, 9 november 2024
– Tucker, C. (2017) Teaching and assessing soft skills. Dr. Catlin Tucker. Geraadpleegd op 14 februari 2025, van https://catlintucker.com/2017/09/teaching-assessing-soft-skills/
– Van der Vegt, A. L. (2021) Zelfregulatie en eigenaarschap in het voortgezet onderwijs. NRO. Onderwijskennis.nl
