Op maandag 10 en dinsdag 11 maart was het VMBO Examenfestival, georganiseerd door Stichting Platforms Vmbo, Cito en het CVTE. Tijdens dit congres worden ontwikkelingen van de examenprogramma’s gedeeld én kunnen de ruim 1500 bezoekers, docenten, directieleden en andere betrokkenen, zich laten inspireren over toetsing. Wij mochten op beide dagen de opening verzorgen, die gefilmd is en gedeeld mag worden. In dit artikel de opname én de relevante linkjes voor de verschillende onderwerpen die aan bod komen. Veel kijkplezier!
Betekenisvol toetsen
Hoofdonderwerp van de keynote was betekenisvol toetsen: hoe zorg je ervoor dat een cijfer écht wat zegt? En welke ruimte kun je dan nemen in je examenprogramma om dat zo te laten zijn? Om hier op in te gaan hebben we eerst stilgestaan bij het meester-gezel principe: hoe zag dat er in de middeleeuwen uit en hoe kunnen we daar vandaag de dag nog wat van leren? De kern is dat je iemand wilt opnemen in je ambacht doormiddel van een goede werkplaats, leerzame ambachtsman en uiteindelijk betekenisvolle meesterproef. Belangrijk daarbij is om te beseffen dat dit alles in de middeleeuwen 12 – 17 jaar duurde. Zie het Vmbo eindexamen dus als onderdeel van het leerproces (op weg naar het vmbo) en niet zozeer als het einde ervan.
De werkplaats – het leerproces
De werkplaats vormt het hart van het leerproces. Door deze goed in te richten, help je leerlingen stap voor stap toe te werken naar een betekenisvol examen. Wat je in het leerproces probeert te doen is beetje bij beetje meer kwaliteitsbesef bij je leerlingen aan te brengen – wat vraagt om een stapsgewijs leerproces. Dit bereik je door bewust naar het ontwerp van het curriculum te kijken: je wilt een spiraalcurriculum creëren. Wat daarbij belangrijk is, is om stil te staan hoe kennis en vaardigheden samen het ambacht vormen. Die integratie wil je dus ook samen toetsen om het betekenisvol te maken. Aan de kern van dit gehele leerproces ligt – zoals de titel van de keynote al duidt – de Cognitive Apprenticeship Theory: het meester-gezel principe, waarover je nog veel meer kunt lezen in ons boek met didactische tips (waar ook een hbo versie van is).
De ambachtsman – het toetsproces
De ambachtsman vormt de begeleiding binnen het leerproces. Door bewust te toetsen versterk je het leerproces én kun je betekenisvollere beslissingen nemen. Zo is toetsen een brug tussen didactiek en leren. Je kunt dus ook niet genoeg toetsen: het is een cruciaal onderdeel van het ambacht aanleren. Dit goed doen, vraagt om het maken van bewuste keuzes voor de drie functies van toetsing: de evaluatiefunctie, beslisfunctie en leerfunctie. Je wilt, met andere worden, toetsen gebruiken om bewust een proces van toetsen te ontwerpen waarbij zowel jij als de leerlingen doorlopend kunnen stilstaan bij de ontwikkeling. Bij dit verhaal is dit artikel met 6 handvatten ook zeker de moeite waard om te lezen.
De meesterproef – het eindexamen
De meesterproef vormt de afsluiting van een belangrijke leerperiode: een goede meesterproef laat zien wat leerlingen écht kunnen. Om dat goed te laten zien, is het belangrijk om heel bewust het eindexamenprogramma te ontwerpen. Je wilt nadenken over welke onderdelen in het eindexamenprogramma je summatief wilt afsluiten – en dus ook welke niet. Soms beseffen we het ons niet, maar je mag een hoop: je hoeft niet voor iedere kern, eindtermen of zelfs taak een cijfer te geven.
Je mag bijvoorbeeld voor een keuzedeel (zoals Robotica) één cijfer geven. En zelfs daarin kun je nog de keuze maken om twee keuzedelen of meer samen te voegen. Natuurlijk wil je niet te weinig cijfers, omdat de weging dan erg zwaar kan worden – maar weet dat hierin ruimte zit en dat 4 betekenisvolle cijfers in één jaar meer waard zijn dan 16 niet betekenisvolle cijfers. Zo’n overvol toetsprogramma zorgt voor afvinken in plaats van leren en bovendien voor minder plezier in het ambacht.
Video
Hieronder de gehele opname van de keynote, waarin stap voor stap wordt ingegaan op de bovenstaande punten. Veel kijkplezier!
